시편 2편 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 12절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid? | Why do the heathen rage, and the people imagine a vain thing? |
| 2 | De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: | The kings of the earth set themselves, and the rulers take counsel together, against the Lord, and against his anointed, saying, |
| 3 | Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen. | Let us break their bands asunder, and cast away their cords from us. |
| 4 | Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten. | He that sitteth in the heavens shall laugh: the Lord shall have them in derision. |
| 5 | Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken. | Then shall he speak unto them in his wrath, and vex them in his sore displeasure. |
| 6 | Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid. | Yet have I set my king upon my holy hill of Zion. |
| 7 | Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. | I will declare the decree: the Lord hath said unto me, Thou art my Son; this day have I begotten thee. |
| 8 | Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting. | Ask of me, and I shall give thee the heathen for thine inheritance, and the uttermost parts of the earth for thy possession. |
| 9 | Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkersvat. | Thou shalt break them with a rod of iron; thou shalt dash them in pieces like a potter’s vessel. |
| 10 | Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde! | Be wise now therefore, O ye kings: be instructed, ye judges of the earth. |
| 11 | Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving. | Serve the Lord with fear, and rejoice with trembling. |
| 12 | Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen. | Kiss the Son, lest he be angry, and ye perish from the way, when his wrath is kindled but a little. Blessed are all they that put their trust in him. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL