시편 103편 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 35절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Halleluja! Loof Jahweh, mijn ziel: Jahweh, mijn God, hoog zijt Gij verheven! Gij hebt U met glorie en luister omkleed, | Bless the Lord, O my soul: and all that is within me, bless his holy name. |
| 2 | En hult U in het licht als een mantel; Gij spant de hemelen uit als een tent, | Bless the Lord, O my soul, and forget not all his benefits: |
| 3 | En legt op de wateren uw opperzalen. Gij maakt van de wolken uw wagen, Zweeft op de vleugels van de wind; | Who forgiveth all thine iniquities; who healeth all thy diseases; |
| 4 | Stelt de stormen aan tot uw boden, Laaiend vuur tot uw knechten. | Who redeemeth thy life from destruction; who crowneth thee with lovingkindness and tender mercies; |
| 5 | Gij hebt de aarde op haar pijlers gegrond, Zodat ze voor eeuwig niet wankelt. | Who satisfieth thy mouth with good things; so that thy youth is renewed like the eagle’s. |
| 6 | De Oceaan bedekte haar als een kleed, Nog boven de bergen stonden de wateren: | The Lord executeth righteousness and judgment for all that are oppressed. |
| 7 | Maar ze namen de vlucht voor uw dreigen, Rilden van angst voor de stem van uw donder; | He made known his ways unto Moses, his acts unto the children of Israel. |
| 8 | Toen rezen de bergen, en zonken de dalen Op de plaats, die Gij hun hadt bestemd. | The Lord is merciful and gracious, slow to anger, and plenteous in mercy. |
| 9 | Gij hebt ze grenzen gesteld, die ze niet overschreden, Ze mochten niet meer de aarde bedekken; | He will not always chide: neither will he keep his anger for ever. |
| 10 | Gij zendt de bronnen in de dalen, En tussen de bergen stromen ze voort; | He hath not dealt with us after our sins; nor rewarded us according to our iniquities. |
| 11 | Ze laven al de wilde dieren, En de woudezel lest er zijn dorst; | For as the heaven is high above the earth, so great is his mercy toward them that fear him. |
| 12 | Daar nestelen de vogels uit de lucht, En fluiten er tussen de struiken. | As far as the east is from the west, so far hath he removed our transgressions from us. |
| 13 | Uit uw zalen drenkt Gij de bergen, Door het sap van uw nevel wordt de aarde verzadigd; | Like as a father pitieth his children, so the Lord pitieth them that fear him. |
| 14 | Gij laat voor het vee het gras ontspruiten, En het groen voor wat de mensen dient. Gij roept het graan uit de aarde te voorschijn, | For he knoweth our frame; he remembereth that we are dust. |
| 15 | En de wijn, die het hart van de mensen verheugt; Olie, om het gelaat te doen glanzen, Brood, dat het hart van de mensen verkwikt. | As for man, his days are as grass: as a flower of the field, so he flourisheth. |
| 16 | Jahweh’s bomen drinken zich vol, De Libanon-ceders, die Hij heeft geplant: | For the wind passeth over it, and it is gone; and the place thereof shall know it no more. |
| 17 | Waar de vogels zich nestelen, In wier toppen de ooievaar woont. | But the mercy of the Lord is from everlasting to everlasting upon them that fear him, and his righteousness unto children’s children; |
| 18 | De hoogste bergen zijn voor de gemzen, De klippen een schuilplaats voor bokken. | To such as keep his covenant, and to those that remember his commandments to do them. |
| 19 | Gij schiept de maan, om de tijd te bepalen, De zon weet, wanneer ze onder moet gaan. | The Lord hath prepared his throne in the heavens; and his kingdom ruleth over all. |
| 20 | Maakt Gij het donker, dan wordt het nacht, En sluipen de wilde beesten rond, | Bless the Lord, ye his angels, that excel in strength, that do his commandments, hearkening unto the voice of his word. |
| 21 | Brullen de leeuwen om buit, En vragen God om hun voedsel. | Bless ye the Lord, all ye his hosts; ye ministers of his, that do his pleasure. |
| 22 | De zon gaat op: ze kruipen weg, En leggen zich neer in hun holen; | Bless the Lord, all his works in all places of his dominion: bless the Lord, O my soul. |
| 23 | Maar de mens tijgt aan zijn werk, En aan zijn arbeid tot aan de avond. | — |
| 24 | Hoe ontzaglijk zijn uw werken, o Jahweh: Gij hebt ze allen met wijsheid gewrocht! De aarde is vol van uw schepselen, | — |
| 25 | Niet minder de zee; Die is groot en geweldig, En het wemelt daarin zonder tal: Beesten, kleine en grote, | — |
| 26 | Monsters trekken er door, Liwjatan dien Gij hebt geschapen, Om er mede te spelen. | — |
| 27 | Allen zien naar U uit, Om voedsel, elk op zijn tijd. | — |
| 28 | Geeft Gij het: ze eten het op; Gij opent uw hand: ze worden van het goede verzadigd. | — |
| 29 | Maar verbergt Gij uw aanschijn: Ze verstarren van schrik; Gij ontneemt hun de adem: Ze sterven en keren terug tot hun stof. | — |
| 30 | Maar Gij zendt weer uw geest: en ze worden geschapen, En Gij vernieuwt het aanschijn der aarde! | — |
| 31 | Eeuwig dure de glorie van Jahweh, En blijve Jahweh Zich in zijn werken verheugen; | — |
| 32 | Hij, die de aarde beziet: en ze beeft; Die de bergen aanraakt: ze roken! | — |
| 33 | Heel mijn leven zal ik zingen voor Jahweh, Mijn God blijven loven, zolang ik besta! | — |
| 34 | Moge mijn zang Hèm behagen, En ìk mij in Jahweh verblijden; | — |
| 35 | Maar mogen de zondaars van de aarde verdwijnen, En de goddelozen niet blijven bestaan! Loof Jahweh, mijn ziel! | — |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL