시편 119편 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 176절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan. | Blessed are the undefiled in the way, who walk in the law of the Lord. |
| 2 | Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken; | Blessed are they that keep his testimonies, and that seek him with the whole heart. |
| 3 | Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen. | They also do no iniquity: they walk in his ways. |
| 4 | HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal. | Thou hast commanded us to keep thy precepts diligently. |
| 5 | Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren! | O that my ways were directed to keep thy statutes! |
| 6 | Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden. | Then shall I not be ashamed, when I have respect unto all thy commandments. |
| 7 | Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben. | I will praise thee with uprightness of heart, when I shall have learned thy righteous judgments. |
| 8 | Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer. | I will keep thy statutes: O forsake me not utterly. |
| 9 | Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord. | Wherewithal shall a young man cleanse his way? by taking heed thereto according to thy word. |
| 10 | Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen. | With my whole heart have I sought thee: O let me not wander from thy commandments. |
| 11 | Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou. | Thy word have I hid in mine heart, that I might not sin against thee. |
| 12 | HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen. | Blessed art thou, O Lord: teach me thy statutes. |
| 13 | Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds. | With my lips have I declared all the judgments of thy mouth. |
| 14 | Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom. | I have rejoiced in the way of thy testimonies, as much as in all riches. |
| 15 | Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten. | I will meditate in thy precepts, and have respect unto thy ways. |
| 16 | Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten. | I will delight myself in thy statutes: I will not forget thy word. |
| 17 | Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware. | Deal bountifully with thy servant, that I may live, and keep thy word. |
| 18 | Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet. | Open thou mine eyes, that I may behold wondrous things out of thy law. |
| 19 | Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet. | I am a stranger in the earth: hide not thy commandments from me. |
| 20 | Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd. | My soul breaketh for the longing that it hath unto thy judgments at all times. |
| 21 | Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen. | Thou hast rebuked the proud that are cursed, which do err from thy commandments. |
| 22 | Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden. | Remove from me reproach and contempt; for I have kept thy testimonies. |
| 23 | Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht. | Princes also did sit and speak against me: but thy servant did meditate in thy statutes. |
| 24 | Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden. | Thy testimonies also are my delight and my counsellors. |
| 25 | Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord. | My soul cleaveth unto the dust: quicken thou me according to thy word. |
| 26 | Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen. | I have declared my ways, and thou heardest me: teach me thy statutes. |
| 27 | Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte. | Make me to understand the way of thy precepts: so shall I talk of thy wondrous works. |
| 28 | Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord. | My soul melteth for heaviness: strengthen thou me according unto thy word. |
| 29 | Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet. | Remove from me the way of lying: and grant me thy law graciously. |
| 30 | Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld. | I have chosen the way of truth: thy judgments have I laid before me. |
| 31 | Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet. | I have stuck unto thy testimonies: O Lord, put me not to shame. |
| 32 | Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben. | I will run the way of thy commandments, when thou shalt enlarge my heart. |
| 33 | He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe. | Teach me, O Lord, the way of thy statutes; and I shall keep it unto the end. |
| 34 | Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte. | Give me understanding, and I shall keep thy law; yea, I shall observe it with my whole heart. |
| 35 | Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust. | Make me to go in the path of thy commandments; for therein do I delight. |
| 36 | Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid. | Incline my heart unto thy testimonies, and not to covetousness. |
| 37 | Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen. | Turn away mine eyes from beholding vanity; and quicken thou me in thy way. |
| 38 | Bevestig Uw toezeggingen aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is. | Stablish thy word unto thy servant, who is devoted to thy fear. |
| 39 | Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed. | Turn away my reproach which I fear: for thy judgments are good. |
| 40 | Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid. | Behold, I have longed after thy precepts: quicken me in thy righteousness. |
| 41 | Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging; | Let thy mercies come also unto me, O Lord, even thy salvation, according to thy word. |
| 42 | Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord. | So shall I have wherewith to answer him that reproacheth me: for I trust in thy word. |
| 43 | En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten. | And take not the word of truth utterly out of my mouth; for I have hoped in thy judgments. |
| 44 | Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos. | So shall I keep thy law continually for ever and ever. |
| 45 | En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb. | And I will walk at liberty: for I seek thy precepts. |
| 46 | Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen. | I will speak of thy testimonies also before kings, and will not be ashamed. |
| 47 | En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb. | And I will delight myself in thy commandments, which I have loved. |
| 48 | En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten. | My hands also will I lift up unto thy commandments, which I have loved; and I will meditate in thy statutes. |
| 49 | Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen. | Remember the word unto thy servant, upon which thou hast caused me to hope. |
| 50 | Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt. | This is my comfort in my affliction: for thy word hath quickened me. |
| 51 | De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken. | The proud have had me greatly in derision: yet have I not declined from thy law. |
| 52 | Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost. | I remembered thy judgments of old, O Lord; and have comforted myself. |
| 53 | Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten. | Horror hath taken hold upon me because of the wicked that forsake thy law. |
| 54 | Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen. | Thy statutes have been my songs in the house of my pilgrimage. |
| 55 | HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard. | I have remembered thy name, O Lord, in the night, and have kept thy law. |
| 56 | Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb. | This I had, because I kept thy precepts. |
| 57 | Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren. | Thou art my portion, O Lord: I have said that I would keep thy words. |
| 58 | Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging. | I intreated thy favour with my whole heart: be merciful unto me according to thy word. |
| 59 | Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen. | I thought on my ways, and turned my feet unto thy testimonies. |
| 60 | Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden. | I made haste, and delayed not to keep thy commandments. |
| 61 | De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten. | The bands of the wicked have robbed me: but I have not forgotten thy law. |
| 62 | Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid. | At midnight I will rise to give thanks unto thee because of thy righteous judgments. |
| 63 | Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden. | I am a companion of all them that fear thee, and of them that keep thy precepts. |
| 64 | HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen. | The earth, O Lord, is full of thy mercy: teach me thy statutes. |
| 65 | Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord. | Thou hast dealt well with thy servant, O Lord, according unto thy word. |
| 66 | Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd. | Teach me good judgment and knowledge: for I have believed thy commandments. |
| 67 | Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord. | Before I was afflicted I went astray: but now have I kept thy word. |
| 68 | Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen. | Thou art good, and doest good; teach me thy statutes. |
| 69 | De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte. | The proud have forged a lie against me: but I will keep thy precepts with my whole heart. |
| 70 | Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet. | Their heart is as fat as grease; but I delight in thy law. |
| 71 | Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde. | It is good for me that I have been afflicted; that I might learn thy statutes. |
| 72 | De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver. | The law of thy mouth is better unto me than thousands of gold and silver. |
| 73 | Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere. | Thy hands have made me and fashioned me: give me understanding, that I may learn thy commandments. |
| 74 | Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb. | They that fear thee will be glad when they see me; because I have hoped in thy word. |
| 75 | Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt. | I know, O Lord, that thy judgments are right, and that thou in faithfulness hast afflicted me. |
| 76 | Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht. | Let, I pray thee, thy merciful kindness be for my comfort, according to thy word unto thy servant. |
| 77 | Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking. | Let thy tender mercies come unto me, that I may live: for thy law is my delight. |
| 78 | Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden. | Let the proud be ashamed; for they dealt perversely with me without a cause: but I will meditate in thy precepts. |
| 79 | Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen. | Let those that fear thee turn unto me, and those that have known thy testimonies. |
| 80 | Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde. | Let my heart be sound in thy statutes; that I be not ashamed. |
| 81 | Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt. | My soul fainteth for thy salvation: but I hope in thy word. |
| 82 | Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten? | Mine eyes fail for thy word, saying, When wilt thou comfort me? |
| 83 | Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten. | For I am become like a bottle in the smoke; yet do I not forget thy statutes. |
| 84 | Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers? | How many are the days of thy servant? when wilt thou execute judgment on them that persecute me? |
| 85 | De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet. | The proud have digged pits for me, which are not after thy law. |
| 86 | Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij. | All thy commandments are faithful: they persecute me wrongfully; help thou me. |
| 87 | Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten. | They had almost consumed me upon earth; but I forsook not thy precepts. |
| 88 | Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden. | Quicken me after thy lovingkindness; so shall I keep the testimony of thy mouth. |
| 89 | Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen. | For ever, O Lord, thy word is settled in heaven. |
| 90 | Uw goedertierenheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan; | Thy faithfulness is unto all generations: thou hast established the earth, and it abideth. |
| 91 | Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten. | They continue this day according to thine ordinances: for all are thy servants. |
| 92 | Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan. | Unless thy law had been my delights, I should then have perished in mine affliction. |
| 93 | Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt. | I will never forget thy precepts: for with them thou hast quickened me. |
| 94 | Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht. | I am thine, save me; for I have sought thy precepts. |
| 95 | De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen. | The wicked have waited for me to destroy me: but I will consider thy testimonies. |
| 96 | In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd. | I have seen an end of all perfection: but thy commandment is exceeding broad. |
| 97 | Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag. | O how love I thy law! it is my meditation all the day. |
| 98 | Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij. | Thou through thy commandments hast made me wiser than mine enemies: for they are ever with me. |
| 99 | Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn. | I have more understanding than all my teachers: for thy testimonies are my meditation. |
| 100 | Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb. | I understand more than the ancients, because I keep thy precepts. |
| 101 | Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden. | I have refrained my feet from every evil way, that I might keep thy word. |
| 102 | Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd. | I have not departed from thy judgments: for thou hast taught me. |
| 103 | Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond! | How sweet are thy words unto my taste! yea, sweeter than honey to my mouth! |
| 104 | Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden. | Through thy precepts I get understanding: therefore I hate every false way. |
| 105 | Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad. | Thy word is a lamp unto my feet, and a light unto my path. |
| 106 | Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid. | I have sworn, and I will perform it, that I will keep thy righteous judgments. |
| 107 | Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord. | I am afflicted very much: quicken me, O Lord, according unto thy word. |
| 108 | Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten. | Accept, I beseech thee, the freewill offerings of my mouth, O Lord, and teach me thy judgments. |
| 109 | Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet. | My soul is continually in my hand: yet do I not forget thy law. |
| 110 | De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen. | The wicked have laid a snare for me: yet I erred not from thy precepts. |
| 111 | Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid. | Thy testimonies have I taken as an heritage for ever: for they are the rejoicing of my heart. |
| 112 | Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe. | I have inclined mine heart to perform thy statutes alway, even unto the end. |
| 113 | Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief. | I hate vain thoughts: but thy law do I love. |
| 114 | Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt. | Thou art my hiding place and my shield: I hope in thy word. |
| 115 | Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren. | Depart from me, ye evildoers: for I will keep the commandments of my God. |
| 116 | Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope. | Uphold me according unto thy word, that I may live: and let me not be ashamed of my hope. |
| 117 | Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken. | Hold thou me up, and I shall be safe: and I will have respect unto thy statutes continually. |
| 118 | Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen. | Thou hast trodden down all them that err from thy statutes: for their deceit is falsehood. |
| 119 | Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief. | Thou puttest away all the wicked of the earth like dross: therefore I love thy testimonies. |
| 120 | Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen. | My flesh trembleth for fear of thee; and I am afraid of thy judgments. |
| 121 | Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers. | I have done judgment and justice: leave me not to mine oppressors. |
| 122 | Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken. | Be surety for thy servant for good: let not the proud oppress me. |
| 123 | Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid. | Mine eyes fail for thy salvation, and for the word of thy righteousness. |
| 124 | Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen. | Deal with thy servant according unto thy mercy, and teach me thy statutes. |
| 125 | Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen. | I am thy servant; give me understanding, that I may know thy testimonies. |
| 126 | Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken. | It is time for thee, Lord, to work: for they have made void thy law. |
| 127 | Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud. | Therefore I love thy commandments above gold; yea, above fine gold. |
| 128 | Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat. | Therefore I esteem all thy precepts concerning all things to be right; and I hate every false way. |
| 129 | Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel. | Thy testimonies are wonderful: therefore doth my soul keep them. |
| 130 | De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende. | The entrance of thy words giveth light; it giveth understanding unto the simple. |
| 131 | Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden. | I opened my mouth, and panted: for I longed for thy commandments. |
| 132 | Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen. | Look thou upon me, and be merciful unto me, as thou usest to do unto those that love thy name. |
| 133 | Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen. | Order my steps in thy word: and let not any iniquity have dominion over me. |
| 134 | Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden. | Deliver me from the oppression of man: so will I keep thy precepts. |
| 135 | Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen. | Make thy face to shine upon thy servant; and teach me thy statutes. |
| 136 | Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden. | Rivers of waters run down mine eyes, because they keep not thy law. |
| 137 | Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht. | Righteous art thou, O Lord, and upright are thy judgments. |
| 138 | Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden. | Thy testimonies that thou hast commanded are righteous and very faithful. |
| 139 | Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben. | My zeal hath consumed me, because mine enemies have forgotten thy words. |
| 140 | Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief. | Thy word is very pure: therefore thy servant loveth it. |
| 141 | Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet. | I am small and despised: yet do not I forget thy precepts. |
| 142 | Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid. | Thy righteousness is an everlasting righteousness, and thy law is the truth. |
| 143 | Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen. | Trouble and anguish have taken hold on me: yet thy commandments are my delights. |
| 144 | De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven. | The righteousness of thy testimonies is everlasting: give me understanding, and I shall live. |
| 145 | Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren. | I cried with my whole heart; hear me, O Lord: I will keep thy statutes. |
| 146 | Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden. | I cried unto thee; save me, and I shall keep thy testimonies. |
| 147 | Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt. | I prevented the dawning of the morning, and cried: I hoped in thy word. |
| 148 | Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten. | Mine eyes prevent the night watches, that I might meditate in thy word. |
| 149 | Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht. | Hear my voice according unto thy lovingkindness: O Lord, quicken me according to thy judgment. |
| 150 | Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet. | They draw nigh that follow after mischief: they are far from thy law. |
| 151 | Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid. | Thou art near, O Lord; and all thy commandments are truth. |
| 152 | Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt. | Concerning thy testimonies, I have known of old that thou hast founded them for ever. |
| 153 | Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten. | Consider mine affliction, and deliver me: for I do not forget thy law. |
| 154 | Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging. | Plead my cause, and deliver me: quicken me according to thy word. |
| 155 | Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet. | Salvation is far from the wicked: for they seek not thy statutes. |
| 156 | HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten. | Great are thy tender mercies, O Lord: quicken me according to thy judgments. |
| 157 | Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet. | Many are my persecutors and mine enemies; yet do I not decline from thy testimonies. |
| 158 | Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden. | I beheld the transgressors, and was grieved; because they kept not thy word. |
| 159 | Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid. | Consider how I love thy precepts: quicken me, O Lord, according to thy lovingkindness. |
| 160 | Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid. | Thy word is true from the beginning: and every one of thy righteous judgments endureth for ever. |
| 161 | Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord. | Princes have persecuted me without a cause: but my heart standeth in awe of thy word. |
| 162 | Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt. | I rejoice at thy word, as one that findeth great spoil. |
| 163 | Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief. | I hate and abhor lying: but thy law do I love. |
| 164 | Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid. | Seven times a day do I praise thee because of thy righteous judgments. |
| 165 | Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot. | Great peace have they which love thy law: and nothing shall offend them. |
| 166 | O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden. | Lord, I have hoped for thy salvation, and done thy commandments. |
| 167 | Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief. | My soul hath kept thy testimonies; and I love them exceedingly. |
| 168 | Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U. | I have kept thy precepts and thy testimonies: for all my ways are before thee. |
| 169 | Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord. | Let my cry come near before thee, O Lord: give me understanding according to thy word. |
| 170 | Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging. | Let my supplication come before thee: deliver me according to thy word. |
| 171 | Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben. | My lips shall utter praise, when thou hast taught me thy statutes. |
| 172 | Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid. | My tongue shall speak of thy word: for all thy commandments are righteousness. |
| 173 | Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren. | Let thine hand help me; for I have chosen thy precepts. |
| 174 | O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking. | I have longed for thy salvation, O Lord; and thy law is my delight. |
| 175 | Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen. | Let my soul live, and it shall praise thee; and let thy judgments help me. |
| 176 | Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten. | I have gone astray like a lost sheep; seek thy servant; for I do not forget thy commandments. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL