로그인

시편 87편 Petrus Canisius Translation

Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 19절 · 대역: King James Version

절Petrus Canisius TranslationKing James Version
1 Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Voor muziekbegeleiding; met de fluit. Een klaag- en leerdicht van Heman, den Ezrachiet. His foundation is in the holy mountains.
2 Jahweh, mijn God, overdag roep ik om hulp, En schrei des nachts voor uw aanschijn. The Lord loveth the gates of Zion more than all the dwellings of Jacob.
3 Laat mijn gebed voor uw aangezicht dringen; Luister toch naar mijn klagen. Glorious things are spoken of thee, O city of God. Selah.
4 Want mijn ziel is zat van ellende, Mijn leven het rijk der doden nabij; I will make mention of Rahab and Babylon to them that know me: behold Philistia, and Tyre, with Ethiopia; this man was born there.
5 Men telt mij bij hen, die ten grave dalen, Ik ben als een man, aan het eind van zijn kracht. And of Zion it shall be said, This and that man was born in her: and the highest himself shall establish her.
6 Ik ben als de doden verstoten, Als lijken, die in het graf zijn gelegd: Aan wie Gij niet langer meer denkt, En die aan uw hand zijn onttrokken. The Lord shall count, when he writeth up the people, that this man was born there. Selah.
7 Gij hebt mij in de diepe grafkuil gestort, In duisternis en in de schaduw des doods; As well the singers as the players on instruments shall be there: all my springs are in thee.
8 Uw toorn drukt zwaar op mij neer, Al uw golven slaan over mij heen. —
9 Gij hebt mijn vrienden van mij vervreemd, En ze van mij laten walgen; Ik zit in de knel, en kan er niet uit, —
10 Mijn oog versmacht van ellende. De ganse dag, Jahweh, roep ik U aan, En strek mijn handen naar U uit: —
11 Of doet Gij aan de doden nog wonderen, Staan de schimmen soms op, om U te loven? —
12 Zal men in het graf van uw goedheid gewagen, Van uw trouw in de afgrond; —
13 Zal men in de duisternis uw wondermacht kennen, Uw gerechtigheid in het land van vergeten? —
14 Daarom, Jahweh, roep ik U aan, Treedt iedere morgen mijn bede U tegen. —
15 Waarom zoudt Gij mij dan verstoten, o Jahweh, En mij uw aanschijn verbergen? —
16 Van jongsaf ben ik in ellende en zorgen gedompeld, Ik ben radeloos onder de last van uw plagen; —
17 Uw gramschap slaat over mij heen, Uw verschrikkingen overstelpen mij. —
18 Als water omringen ze mij iedere dag, En sluiten mij helemaal in; —
19 Gij hebt vrienden en makkers van mij vervreemd, En mijn bekenden door mijn ellende. —

Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL