로그인

시편 76편 Petrus Canisius Translation

Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 21절 · 대역: King James Version

절Petrus Canisius TranslationKing James Version
1 Voor muziekbegeleiding; voor Jedoetoen. Een psalm van Asaf. In Judah is God known: his name is great in Israel.
2 Luide roep ik tot Jahweh; Luide tot God, opdat Hij mij hore! In Salem also is his tabernacle, and his dwelling place in Zion.
3 Overdag zoek ik in mijn benauwdheid den Heer, ‘s Nachts strekken mijn handen zich uit, onvermoeid. There brake he the arrows of the bow, the shield, and the sword, and the battle. Selah.
4 Mijn ziel weigert troost: denk ik aan God, ik moet kreunen; Peins ik na, mijn geest is verslagen. Thou art more glorious and excellent than the mountains of prey.
5 Ik kan mijn ogen niet sluiten, En van onrust niet spreken. The stouthearted are spoiled, they have slept their sleep: and none of the men of might have found their hands.
6 Ik denk aan de oude dagen terug, En herinner me weer de vroegere jaren; At thy rebuke, O God of Jacob, both the chariot and horse are cast into a dead sleep.
7 Ik lig er ‘s nachts over te peinzen, Te klagen, en in mijn gedachten te tobben. Thou, even thou, art to be feared: and who may stand in thy sight when once thou art angry?
8 Zou de Heer dan voor altijd verstoten, En nooit genadig meer zijn; Thou didst cause judgment to be heard from heaven; the earth feared, and was still,
9 Zou zijn liefde voorgoed zijn verdwenen, Zijn belofte verbroken, die Hij deed van geslacht tot geslacht; When God arose to judgment, to save all the meek of the earth. Selah.
10 Zou God zijn vergeten, Zich te ontfermen, Of in zijn toorn zijn hart hebben gesloten? Surely the wrath of man shall praise thee: the remainder of wrath shalt thou restrain.
11 Maar ik sprak: Neen, dìt werp ik ver van mij af, Dat de hand van den Allerhoogste veranderd zou zijn! Vow, and pay unto the Lord your God: let all that be round about him bring presents unto him that ought to be feared.
12 Ik dacht dus aan uw daden, o Jahweh, Dacht terug aan uw vroegere wonderen; He shall cut off the spirit of princes: he is terrible to the kings of the earth.
13 Peinsde over al uw werken, Overwoog, wat door U is verricht. —
14 Ja, uw weg was heilig, o God; Welke God was ontzaglijk als Jahweh! —
15 Gij waart de God, die wonderen wrochtte, En uw macht aan de heidenen toonde! —
16 Gij hebt door uw arm uw volk verlost, De zonen van Jakob en Josef! —
17 De wateren zagen U, o God, De wateren zagen U en beefden, Zelfs de zeeën begonnen te rillen; —
18 De wolken goten stromen neer, Het zwerk daverde en dreunde, Langs alle kant vlogen uw schichten rond. —
19 Uw donder kraakte en rolde, Uw bliksems verlichtten de wereld, De aarde rilde en beefde! —
20 Uw weg liep midden door de zee, Uw pad door onstuimige wateren; Toch bleven uw sporen onzichtbaar! —
21 Zo hebt Gij uw volk als schapen geleid, Door de hand van Moses en Aäron! —

Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL