로그인

시편 70편 Petrus Canisius Translation

Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 24절 · 대역: King James Version

절Petrus Canisius TranslationKing James Version
1 Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh; Laat mij toch nooit beschaamd komen staan. Make haste, O God, to deliver me; make haste to help me, O Lord.
2 Bevrijd en verlos mij door uw genade, Hoor mij aan, en kom mij te hulp. Let them be ashamed and confounded that seek after my soul: let them be turned backward, and put to confusion, that desire my hurt.
3 Wees mij een veilige, altijd toegankelijke rots; Gewaardig U, mij te helpen, want Gij zijt mijn toevlucht en schuts! Let them be turned back for a reward of their shame that say, Aha, aha.
4 Mijn God, red mij uit de hand van den boze, Uit de vuist van tyran en verdrukker. Let all those that seek thee rejoice and be glad in thee: and let such as love thy salvation say continually, Let God be magnified.
5 Want Gij, o Heer, zijt mijn hoop, Van kindsbeen af mijn vertrouwen, o Jahweh; But I am poor and needy: make haste unto me, O God: thou art my help and my deliverer; O Lord, make no tarrying.
6 Ik steunde op U van de moederschoot af, Reeds vóór mijn geboorte waart Gij mijn beschermer. In U heb ik altijd gejubeld, —
7 Zodat ik velen een voorbeeld kon zijn. Gij zijt mijn machtige toevlucht geweest, —
8 Mijn mond bleef vervuld van uw lof; Zo heb ik uw glorie bezongen, Uw heerlijkheid iedere dag! —
9 Verstoot mij niet, nu ik oud ben; Verlaat mij niet, nu de kracht mij ontzinkt. —
10 Want mijn vijanden houden al beraad over mij, En die mijn leven belagen, smeden samen hun plannen. —
11 Ze zeggen: "God heeft hem verlaten; vervolgt en grijpt hem; Want er is niemand, die hem kan redden!" —
12 O God, blijf niet ver van mij af; Mijn God, kom mij spoedig te hulp! —
13 Laat schaamte en schande hen treffen, Die mijn leven belagen; Hoon en smaad hen bedekken, Die mijn ongeluk zoeken. —
14 Maar ìk wil standvastig vertrouwen, En al uw glorie blijven verkonden: —
15 Mijn mond zal uw gerechtigheid melden, En altijd uw heil, want ik ken er geen maat van; —
16 Ik zal de machtige daden des Heren verhalen, Jahweh, uw gerechtigheid roemen, de uwe alleen! —
17 Gij hebt mij van jongsaf geleid, o mijn God, En tot nu toe heb ik uw wonderen verkondigd; —
18 Wil mij ook thans, nu ik oud ben en grijs, Toch nimmer verlaten, o God; Dan zal ik dit geslacht uw arm doen kennen, Heel het komend geslacht uw kracht. —
19 Uw rechtvaardigheid reikt tot de hemel, o God; Want Gij hebt grote dingen gedaan: wie is U gelijk, o mijn God! —
20 Wel liet Gij mij veel smarten en rampen verduren, Maar Gij zult mij nu doen herleven, —
21 Mij optrekken uit de diepten der aarde, Nog meer mij verhogen, en troosten. —
22 Dan zal ik op harpen U danken voor uw trouw, o mijn God; U, Israëls Heilige, op de citer bezingen. —
23 Mijn lippen zullen bij mijn lofzangen jubelen, Met mijn ziel, die Gij hebt verlost; —
24 Ook mijn tong zal iedere dag uw rechtvaardigheid melden, Als schaamte en schande hen treffen, die mijn ongeluk zochten! —

Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL