시편 67편 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 36절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Voor muziekbegeleiding van David. Een psalm; een lied. | God be merciful unto us, and bless us; and cause his face to shine upon us; Selah. |
| 2 | God staat op: zijn vijanden stuiven uiteen, Zijn haters vluchten voor Hem weg! | That thy way may be known upon earth, thy saving health among all nations. |
| 3 | Zoals rook spoorloos verdwijnt, En was wegsmelt in vuur, Zo vergaan de bozen Voor het aanschijn van God. | Let the people praise thee, O God; let all the people praise thee. |
| 4 | Maar de rechtvaardigen mogen juichen en jubelen, Zich verheugen en verblijden in God! | O let the nations be glad and sing for joy: for thou shalt judge the people righteously, and govern the nations upon earth. Selah. |
| 5 | Zingt God ter ere, en verheerlijkt zijn Naam, Jubelt voor Hem, die door de woestijn kwam gereden; Verheugt u in Jahweh, En juicht voor zijn aanschijn! | Let the people praise thee, O God; let all the people praise thee. |
| 6 | Hij is de Vader der wezen, de Beschermer der weduwen, Hij is God in zijn heilige tent; | Then shall the earth yield her increase; and God, even our own God, shall bless us. |
| 7 | God, die de eenzame zwervers naar huis geleidde, Maar de weerspannigen bleven in de wildernis achter! | God shall bless us; and all the ends of the earth shall fear him. |
| 8 | Bij uw uittocht, o God, aan de spits van uw volk, En bij uw opmars door de woestijn: | — |
| 9 | Beefde de aarde, dropen de hemelen voor het aanschijn van God, Rilde de Sinaï voor het aanschijn van Jahweh, Israëls God! | — |
| 10 | Een regen van gaven hebt Gij uitgestort, o God, En toen uw erfdeel uitgeput was, hebt Gij het gesterkt; | — |
| 11 | Uw beesten lieten zich onder hen neer, De uitgehongerden hebt Gij, o God, in uw goedheid verkwikt. | — |
| 12 | Toen heeft de Heer zijn belofte vervuld, En een leger van vrouwen kwam het blijde verkonden: | — |
| 13 | Machtige koningen slaan met haast op de vlucht, En het schone geslacht verdeelt de buit! | — |
| 14 | Nu moogt gij gaan rusten in uw beemden: Zilverwit als de vleugels der duif, met goud overtrokken; | — |
| 15 | Want de Almachtige heeft de koningen verstrooid, Zoals het sneeuwt op de Salmon! | — |
| 16 | Bergen van Basjan, godengebergte met uw spitsen: | — |
| 17 | Bergen en toppen, waarom kijkt gij scheel Naar de berg, die God tot woonplaats verkoos, En waar Jahweh eeuwig zal wonen? | — |
| 18 | Op de wagens van God: tienduizenden, duizend maal duizend, Trokt Gij van de Sinaï uw heiligdom binnen, o Heer; | — |
| 19 | Gij hebt de hoogte beklommen, De gevangenen meegevoerd, Van de mensen geschenken aanvaard, Van weerspannigen zelfs, voor de woonplaats van God! | — |
| 20 | Geloofd zij de Heer, die ons altijd beschermt, de God van ons heil; | — |
| 21 | Gij, die ons redt; Jahweh, die nog uitwegen kent van de dood; | — |
| 22 | God, die de kop van zijn vijand verplettert, De harde schedel van hem, die in ongerechtigheid leeft! | — |
| 23 | De Heer heeft gezegd: Ik sleep ze uit Basjan, Haal ze naar boven uit de diepten der zee, | — |
| 24 | Opdat gij in hun bloed met uw voeten kunt plassen, Ook de tong van uw honden haar deel van de vijanden krijgt! | — |
| 25 | Ziet, daar nadert de feeststoet van God, De feeststoet naar het heiligdom van mijn God en mijn Koning! | — |
| 26 | Voorop gaan de zangers, de harpspelers volgen; | — |
| 27 | In het midden de maagden met pauken: in koren loven ze God. Dan de heersers, uit Israëls bronnen ontsprongen: | — |
| 28 | Benjamin de jongste vooraan, Met de vorsten van Juda in machtige drommen, En de vorsten van Zabulon en Neftali’s vorsten! | — |
| 29 | Toon nu uw almacht, o God, die Gij ons hebt betuigd, | — |
| 30 | Van uw heiligdom uit voor Jerusalems heil! Laat koningen U geschenken brengen: | — |
| 31 | Jonge schapen, kudden stieren en kalveren uit Patros; Met staven van zilver en goud Als vrijwillige schatting der volken; | — |
| 32 | Laat Egypte zijn vette gaven brengen, Koesj zijn handen vullen voor God! | — |
| 33 | Koninkrijken der aarde, zingt ter ere van God, En stemt een loflied aan voor den Heer: | — |
| 34 | Die de hoogste hemel der hemelen bestijgt, En met zijn stem de machtige donder doet rollen! | — |
| 35 | Geeft glorie aan Israëls God, Wiens macht en kracht in de wolken reikt! | — |
| 36 | Ontzaglijk is God in zijn heilige woning: Hij, Israëls God, Die kracht en sterkte geeft aan het volk: Gezegend zij God! | — |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL