시편 36편 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 40절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Van David. Wees niet afgunstig op zondaars, En benijd de boosdoeners niet; | The transgression of the wicked saith within my heart, that there is no fear of God before his eyes. |
| 2 | Want snel versmachten zij als gras, Verkwijnen als het groen gewas. | For he flattereth himself in his own eyes, until his iniquity be found to be hateful. |
| 3 | Vertrouw op Jahweh, doe enkel wat goed is, Blijf in het land en wees trouw; | The words of his mouth are iniquity and deceit: he hath left off to be wise, and to do good. |
| 4 | Dan zult gij uw vreugde in Jahweh vinden, En Hij schenkt u wat uw hart maar begeert. | He deviseth mischief upon his bed; he setteth himself in a way that is not good; he abhorreth not evil. |
| 5 | Laat Jahweh uw weg maar bestieren, Verlaat u op Hem: Hij zal hem banen; | Thy mercy, O Lord, is in the heavens; and thy faithfulness reacheth unto the clouds. |
| 6 | Als de dageraad doet Hij uw gerechtigheid stralen, En als de middagzon uw recht. | Thy righteousness is like the great mountains; thy judgments are a great deep: O Lord, thou preservest man and beast. |
| 7 | Berust in Jahweh, En blijf op Hem hopen. Benijd niet den man, wien het goed gaat, Ofschoon hij bedriegt. | How excellent is thy lovingkindness, O God! therefore the children of men put their trust under the shadow of thy wings. |
| 8 | Word niet toornig en maak u niet boos, Wind u niet op: gij maakt het maar erger; | They shall be abundantly satisfied with the fatness of thy house; and thou shalt make them drink of the river of thy pleasures. |
| 9 | Want de zondaars worden vernietigd, Maar die op Jahweh vertrouwen, bezitten het Land! | For with thee is the fountain of life: in thy light shall we see light. |
| 10 | Een ogenblik maar: en de zondaar is er niet meer; Gij zoekt naar zijn plaats: hij is weg. | O continue thy lovingkindness unto them that know thee; and thy righteousness to the upright in heart. |
| 11 | Maar de rechtschapenen bezitten het Land, En genieten een heerlijke vrede. | Let not the foot of pride come against me, and let not the hand of the wicked remove me. |
| 12 | De zondaar belaagt den rechtvaardige, En knarst tegen hem op zijn tanden; | There are the workers of iniquity fallen: they are cast down, and shall not be able to rise. |
| 13 | Maar de Heer lacht hem uit, Want Hij ziet zijn Dag al nabij. | — |
| 14 | De bozen trekken hun zwaard en spannen hun boog, Om ongelukkigen en armen te doden, en vromen te slachten; | — |
| 15 | Maar het zwaard dringt in hun eigen hart, En hun bogen worden gebroken. | — |
| 16 | Beter het weinige, dat de rechtvaardige heeft, Dan de geweldige rijkdom der bozen; | — |
| 17 | Want de arm der bozen wordt gebroken, Maar voor de rechtvaardigen is Jahweh een stut. | — |
| 18 | Jahweh zorgt voor de dagen der vromen, En hun erfdeel blijft eeuwig bijeen; | — |
| 19 | Ze staan niet verlegen in tijden van rampspoed, Maar worden verzadigd bij hongersnood. | — |
| 20 | Maar de goddelozen gaan zeker te gronde, En hun kinderen bedelen om brood; Jahweh’s vijanden vergaan als de glorie der velden, En verdwijnen als rook. | — |
| 21 | De boze moet lenen, en kan niet betalen, De gerechte kan mild zijn en geven; | — |
| 22 | Want wien Hij zegent, bezit het Land, Maar wien Hij vervloekt, wordt vernietigd. | — |
| 23 | Jahweh leidt de schreden der mensen, Hij richt overeind, wiens gedrag Hem behaagt; | — |
| 24 | En mocht hij al wankelen, toch zal hij niet vallen, Want Jahweh houdt hem bij de hand. | — |
| 25 | Ik was jong, en nu ben ik oud: Maar nooit heb ik een vrome verlaten gezien; | — |
| 26 | Steeds kan hij nog mild zijn en aan anderen lenen, Zijn nageslacht tot zegen zijn. | — |
| 27 | Houd u ver van het kwaad, en doe enkel wat goed is, Dan woont gij veilig voor eeuwig; | — |
| 28 | Want Jahweh heeft de gerechtigheid lief, En nimmer verlaat Hij zijn vromen. De bozen worden voor eeuwig vernietigd, En het geslacht van de zondaars vergaat; | — |
| 29 | Maar de rechtvaardigen bezitten het Land, En blijven er altijd in wonen. | — |
| 30 | De mond van den rechtvaardige verkondigt de wijsheid, En zijn tong spreekt wat recht is. | — |
| 31 | Hij draagt de Wet van zijn God in zijn hart; Nooit wankelen zijn schreden. | — |
| 32 | De boze loert op den vrome, En zoekt hem te doden; | — |
| 33 | Maar Jahweh laat hem niet in zijn macht, En duldt geen veroordeling, als men hem richt. | — |
| 34 | Blijf op Jahweh vertrouwen, En bewandel zijn wegen; Dan stelt Hij u in het bezit van het Land, En zult gij de verdelging der zondaars aanschouwen. | — |
| 35 | Ik heb een zondaar gezien in zijn vermetele trots, Hoog als een Libanon-ceder; | — |
| 36 | Ik ging voorbij: zie, hij was er niet meer; Ik zocht hem, hij was niet te vinden. | — |
| 37 | Geef acht op den vrome en let op den brave: Het kroost van dien man leeft in vrede; | — |
| 38 | Maar de zondaars gaan allen te gronde, De kinderen der bozen worden vernietigd. | — |
| 39 | Jahweh is het heil van de vromen, Hun toevlucht in tijden van nood; | — |
| 40 | Jahweh helpt en beschermt hen tegen de bozen, Hij redt hen, als ze vluchten tot Hem! | — |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL