시편 21편 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 32절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Voor muziekbegeleiding; wijze: De hinde van de dageraad. Een psalm van David. | The king shall joy in thy strength, O Lord; and in thy salvation how greatly shall he rejoice! |
| 2 | Mijn God, mijn God, zie op mij neer; Waarom hebt Gij mij verlaten? Waarom houdt Gij U ver van mijn hulp, Ver van mijn jammerklachten, mijn God? | Thou hast given him his heart’s desire, and hast not withholden the request of his lips. Selah. |
| 3 | Ik roep overdag, Gij antwoordt niet; Des nachts, maar ik vind geen rust. | For thou preventest him with the blessings of goodness: thou settest a crown of pure gold on his head. |
| 4 | Toch troont Gij in het heiligdom, Gij, Israëls hoop! | He asked life of thee, and thou gavest it him, even length of days for ever and ever. |
| 5 | Op U hebben onze vaderen vertrouwd, Op U zich verlaten, Gij hebt ze verlost; | His glory is great in thy salvation: honour and majesty hast thou laid upon him. |
| 6 | Tot U geroepen, ze werden gered, Op U gerekend, ze zijn niet beschaamd. | For thou hast made him most blessed for ever: thou hast made him exceeding glad with thy countenance. |
| 7 | Doch ik ben maar een worm en geen mens, Door de wereld bespot, veracht door het volk; | For the king trusteth in the Lord, and through the mercy of the most High he shall not be moved. |
| 8 | Al die mij zien, lachen mij uit, Grijnzen, en schudden meewarig het hoofd: | Thine hand shall find out all thine enemies: thy right hand shall find out those that hate thee. |
| 9 | "Hij heeft op Jahweh vertrouwd. Laat Die hem nu helpen, En hem verlossen, wanneer Hij hem liefheeft!" | Thou shalt make them as a fiery oven in the time of thine anger: the Lord shall swallow them up in his wrath, and the fire shall devour them. |
| 10 | Ja, Gij zijt het, die mij uit de schoot hebt genomen, Die mij veilig deedt rusten aan de borst mijner moeder; | Their fruit shalt thou destroy from the earth, and their seed from among the children of men. |
| 11 | Bij mijn geboorte werd ik op uw knieën gelegd, Gij zijt mijn God van de moederschoot af. | For they intended evil against thee: they imagined a mischievous device, which they are not able to perform. |
| 12 | Blijf dus niet verre van mij, Want de nood is nabij, en er is niemand die helpt! | Therefore shalt thou make them turn their back, when thou shalt make ready thine arrows upon thy strings against the face of them. |
| 13 | Bonkige stieren staan om mij heen, Buffels van Basjan omsingelen mij; | Be thou exalted, Lord, in thine own strength: so will we sing and praise thy power. |
| 14 | Ze sperren hun muil naar mij open Als verscheurende, brullende leeuwen. | — |
| 15 | Als water ben ik uitgegoten, Al mijn beenderen zijn ontwricht; Mijn hart is als was, Smelt weg in mijn borst. | — |
| 16 | Mijn keel is droog als een scherf, Mijn tong kleeft aan mijn gehemelte vast; En in het stof van de dood Strekt Gij mij neer. | — |
| 17 | Dan komen honden om mij heen, Een bende boosdoeners houdt mij omlegerd; Ze doorboren mijn handen en voeten, | — |
| 18 | Al mijn beenderen kan ik tellen. Ze werpen begerige blikken, En gluren mij aan; | — |
| 19 | Verdelen mijn kleren onder elkander, En loten om mijn gewaad. | — |
| 20 | O Jahweh, blijf toch niet in de verte; Mijn Sterkte, snel mij te hulp! | — |
| 21 | Bescherm mijn leven tegen het zwaard, Het enige, dat mij nog rest, tegen de honden; | — |
| 22 | Red mij uit de muil van den leeuw, Mij arme, van de hoornen der buffels. | — |
| 23 | Dan zal ik uw Naam aan mijn broeders verkonden, In de kring der gemeente U prijzen: | — |
| 24 | "Looft Jahweh, gij die Hem vreest, Heel Jakobs geslacht; Brengt Hem ere en siddert voor Hem, Alle kinderen van Israël!" | — |
| 25 | "Want nimmer heeft Hij versmaad of veracht De ellende van den verdrukte; Zijn aanschijn voor hem niet verborgen, Maar hem verhoord, als hij Hem riep!" | — |
| 26 | Dit zal mijn danklied voor U zijn In de grote gemeente! Dan zal ik ook mijn belofte vervullen Aan hen, die Hem vrezen: | — |
| 27 | De armen zullen eten, En worden verzadigd; Die Jahweh zoeken, zullen Hem loven. En hun hart zal eeuwig worden verkwikt. | — |
| 28 | Alle grenzen der aarde zullen het gedenken, En zich tot Jahweh bekeren, Alle stammen der heidenen Hem aanbidden! | — |
| 29 | Want Jahweh komt het koningschap toe, Hij is de Heerser der volken; | — |
| 30 | Hem alleen moeten huldigen alle machten der aarde! Dan buigen zich ook voor Hem neer, die in het stof zijn gezonken, En geen leven meer hebben. | — |
| 31 | Dan zal ook mijn zaad Hem dienen, En van den Heer gaan vertellen aan het volgend geslacht, | — |
| 32 | Zijn goedheid verhalen aan het volk, dat nog geboren moet worden: Dat het Jahweh was, die het volbracht! | — |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL