로그인

시편 138편 Petrus Canisius Translation

Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 24절 · 대역: King James Version

절Petrus Canisius TranslationKing James Version
1 Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Jahweh, Gij doorschouwt mij volmaakt, Gij zijt het, die mij doorgrondt; I will praise thee with my whole heart: before the gods will I sing praise unto thee.
2 Gij kent mijn zitten en staan, En verstaat mijn gedachten van verre. I will worship toward thy holy temple, and praise thy name for thy lovingkindness and for thy truth: for thou hast magnified thy word above all thy name.
3 Gij meet mijn lopen en liggen, Zijt met al mijn wegen vertrouwd; In the day when I cried thou answeredst me, and strengthenedst me with strength in my soul.
4 Ja, er komt geen woord op mijn tong, Of Gij kent het nauwkeurig, o Jahweh! All the kings of the earth shall praise thee, O Lord, when they hear the words of thy mouth.
5 Gij omsluit mij van achter en voren, En houdt mij geheel in uw hand. Yea, they shall sing in the ways of the Lord: for great is the glory of the Lord.
6 Te wonderlijk is mij uw weten, Te hoog: ik kan het niet vatten. Though the Lord be high, yet hath he respect unto the lowly: but the proud he knoweth afar off.
7 Waar zou ik ooit uw geest ontlopen, Uw aanschijn kunnen ontvluchten? Though I walk in the midst of trouble, thou wilt revive me: thou shalt stretch forth thine hand against the wrath of mine enemies, and thy right hand shall save me.
8 Stijg ik ten hemel: Gij zijt er; Daal ik in het dodenrijk af: Gij zijt er! The Lord will perfect that which concerneth me: thy mercy, O Lord, endureth for ever: forsake not the works of thine own hands.
9 Sla ik de wieken als het morgenrood uit, En laat ik mij neer aan de grenzen der zee: —
10 Ook daar nog leidt mij uw hand, En houdt uw rechter mij vast. —
11 Al zeg ik: Ha, de duisternis zal mij bedekken, De nacht mij verschuilen: —
12 Dan maakt duisternis zelfs het niet donker voor U, Straalt de nacht als de dag, het donker als licht! —
13 Want Gij hebt mijn nieren geschapen, Mij in de schoot van mijn moeder gevormd: —
14 Ik dank U voor het ontzaglijk wonder van mijn ontstaan, En voor uw heerlijke werken. —
15 Gij hebt ook mijn ziel zorgvuldig gekend, En mijn gebeente bleef voor U niet verborgen, Toen ik in dat geheimvolle oord werd geschapen, Kunstig bewerkt in de diepten der aarde. —
16 Uw ogen hebben mijn vormeloze leden aanschouwd, In uw boek stonden ze allen beschreven: Ook de dagen, waarop ze werden gemaakt, Voordat er nog één van bestond. —
17 Maar hoe ondoorgrondelijk zijn ùw gedachten voor mij, Hoe overweldigend is haar getal, o mijn God; —
18 Ga ik ze tellen, ze zijn talrijker nog dan het zand, En als ik ontwaak, is mijn geest met U bezig! —
19 Dood dan de bozen, o God, En laat de bloeddorstigen ver van mij blijven: —
20 Die zich tegen uw plannen verzetten, En uw raadsbesluiten willen verijdelen. —
21 Zou ik niet haten, die U haten, o Jahweh, Niet walgen van wie tegen U opstaan? —
22 Ik haat ze zo fel, als ik haten kan, Mijn eigen vijanden zullen ze zijn! —
23 Beproef mij, o God, en doorgrond mijn hart, Toets mij, en ken mijn gedachten: —
24 Zie, of ik op de weg der ongerechtigheid ben; Breng mij dan terug op het eeuwige pad! —

Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL