로그인

시편 113편 Petrus Canisius Translation

Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 26절 · 대역: King James Version

절Petrus Canisius TranslationKing James Version
1 Halleluja! Toen Israël uit Egypte trok, Jakobs huis uit een volk van barbaren, Praise ye the Lord. Praise, O ye servants of the Lord, praise the name of the Lord.
2 Werd Juda zijn heiligdom, En Israël zijn rijk. Blessed be the name of the Lord from this time forth and for evermore.
3 De zee zag het, en sloeg op de vlucht, De Jordaan deinsde terug; From the rising of the sun unto the going down of the same the Lord’s name is to be praised.
4 Als rammen sprongen de bergen weg, Als lammeren de heuvels. The Lord is high above all nations, and his glory above the heavens.
5 Zee, wat was er, dat gij gingt vluchten, Jordaan, dat gij achteruit zijt geweken; Who is like unto the Lord our God, who dwelleth on high,
6 Bergen, dat gij wegsprongt als rammen, Gij heuvels als lammeren? Who humbleth himself to behold the things that are in heaven, and in the earth!
7 Voor den Heer kromp de aarde ineen, Voor het aangezicht van Jakobs God; He raiseth up the poor out of the dust, and lifteth the needy out of the dunghill;
8 Die de rots in een vijver herschiep, De klip in een borrelende bron! That he may set him with princes, even with the princes of his people.
9 Niet ons, o Jahweh, niet ons, Maar uw Naam geef eer om uw goedheid en trouw! He maketh the barren woman to keep house, and to be a joyful mother of children. Praise ye the Lord.
10 Waarom zouden de heidenen zeggen: "Waar is toch hun God?" —
11 De God van òns is in de hemel, En Hij doet wat Hij wil; —
12 Doch hùn goden zijn maar zilver en goud, Door mensenhanden gemaakt. —
13 Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; Ogen, maar kunnen niet zien; —
14 Oren, maar kunnen niet horen; Een neus, maar kunnen niet ruiken. —
15 Hun handen kunnen niet tasten, Hun voeten niet gaan; Ze geven geen geluid met hun keel, En hebben geen adem in hun mond. —
16 Aan hen worden gelijk, die ze maken, En allen, die er op hopen! —
17 Maar Israël blijft op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild; —
18 Het huis van Aäron blijft op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild; —
19 Die Jahweh vrezen, blijven op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild! —
20 En Jahweh zal ons gedenken, Ons zijn zegen verlenen: Het huis van Israël zegenen, Het huis van Aäron zegenen, —
21 Die Jahweh vrezen zegenen, Kleinen en groten; —
22 En Jahweh zal u blijven zegenen, U en uw kinderen! —
23 Weest dan gezegend door Jahweh, Die hemel en aarde heeft gemaakt: —
24 De hemel blijft de hemel van Jahweh, Maar de aarde gaf Hij aan de kinderen der mensen. —
25 De doden zullen Jahweh niet prijzen, Niemand, die in het oord van Stilte is gedaald: —
26 Maar wij, wij zullen Jahweh loven, Van nu af tot in eeuwigheid! —

Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL