시편 105편 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 48절
- 1 Halleluja! Looft Jahweh, want Hij is goed En zijn genade duurt eeuwig!
- 2 Wie kan Jahweh’s machtige daden vermelden, En heel zijn glorie verkonden?
- 3 Gelukkig hij, die de wet onderhoudt, En altijd het goede blijft doen!
- 4 Wees ons indachtig, o Jahweh, Om uw liefde voor uw volk; Zoek ons op met uw heil,
- 5 Opdat wij het geluk uwer vrienden aanschouwen, Met uw blijde volk ons verblijden, Met uw erfdeel mogen roemen!
- 6 Ach, wij hebben gezondigd met onze vaderen, Wij hebben misdreven en kwaad gedaan!
- 7 Onze vaderen in Egypte Hebben al niet op uw wonderen gelet; En zonder aan uw talrijke gunsten te denken, Zich bij de Rode Zee tegen den Allerhoogste verzet!
- 8 Toch redde Hij hen om wille van zijn Naam, En om zijn almacht te tonen:
- 9 Hij bedreigde de Rode Zee, ze liep droog, Hij leidde hen tussen de golven als door een uitgedroogd land.
- 10 Hij redde hen uit de hand van hun haters, Verloste hen uit de macht van hun vijand;
- 11 De wateren spoelden over hun vijanden heen, En geen bleef er over!
- 12 Toen sloegen ze geloof aan zijn woorden, En zongen zijn lof.
- 13 Maar spoedig waren ze weer zijn werken vergeten, En wachtten zijn raadsbesluiten niet af;
- 14 Ze gaven zich in de woestijn aan hun gulzigheid over, En stelden God op de proef in de steppe.
- 15 Hij schonk hun wat ze Hem vroegen, Maar Hij liet ze er spoedig van walgen.
- 16 Daarna werden ze in hun kamp afgunstig op Moses, En op Aäron, aan Jahweh gewijd.
- 17 Maar de aarde spleet open, zwolg Datan in, En bedolf de bent van Abiram;
- 18 Vuur verbrandde hun aanhang, Vlammen verteerden de bozen!
- 19 Dan maakten ze een kalf bij de Horeb, En wierpen zich voor een afgietsel neer;
- 20 Ze verruilden hun Glorie Voor het beeld van een grasvretend rund.
- 21 Ze vergaten God, hun Verlosser Die grote dingen in Egypte had gedaan,
- 22 Wonderwerken in het land van Cham, Ontzaglijke daden bij de Rode Zee.
- 23 En zeker had Hij hun verdelging beslist, Als Moses, zijn geliefde, er niet was geweest; Maar deze stelde zich tegen Hem in de bres, Om Hem te weerhouden, hen in zijn toorn te vernielen.
- 24 Later versmaadden ze het heerlijke land, En sloegen geen geloof aan zijn woord;
- 25 Ze begonnen in hun tenten te morren, En luisterden niet naar Jahweh’s stem.
- 26 Toen stak Hij zijn hand tegen hen op: Hij zou ze neerslaan in de woestijn,
- 27 Hun zaad verstrooien onder de volken, Ze over vreemde landen verspreiden!
- 28 Dan weer koppelden ze zich aan Báal-Peor, En aten de offers van levenloze wezens;
- 29 Ze tergden Hem door hun gedrag, Zodat er een slachting onder hen woedde.
- 30 Toen trad Pinechas op, om de misdaad te wreken, En de slachting hield op;
- 31 Het werd hem tot verdienste gerekend, Van geslacht tot geslacht voor altijd.
- 32 Ook bij de wateren van Meriba hebben ze Hem getergd, En ging het Moses om hunnentwil slecht:
- 33 Want ze hadden zijn stemming verbitterd, Zodat hem onbezonnen woorden ontsnapten.
- 34 Ook verdelgden ze de volkeren niet, Zoals Jahweh het hun had bevolen;
- 35 Maar ze vermengden zich met de heidenen, En leerden hun gewoonten aan:
- 36 Ze vereerden hun beelden, en die werden hun strik;
- 37 Ze brachten hun zonen en dochters aan de goden ten offer;
- 38 Ze gingen onschuldig bloed vergieten, Het bloed van hun zonen en dochters; Ze offerden het aan de beelden van Kanaän, En het land werd door hun bloedschuld ontwijd.
- 39 Zo bezoedelden ze zich door eigen maaksels, En dreven overspel met het werk hunner handen!
- 40 Toen werd Jahweh vergramd op zijn volk, En zijn erfdeel begon Hem te walgen:
- 41 Hij leverde ze aan de heidenen uit, En hun haters werden hun meesters;
- 42 Ze werden verdrukt door hun vijand, Moesten bukken onder hun macht.
- 43 En al bracht Hij hun telkens verlossing, Ze bleven in hun opstand volharden! Maar werden ze door hun misdaad vermorzeld,
- 44 Dan zag Hij neer op hun nood, zodra Hij hun smeken vernam;
- 45 Dan was Hij voor hen zijn verbond weer indachtig, Had deernis met hen naar zijn grote ontferming;
- 46 Dan liet Hij hen genade vinden, Bij die hen hadden weggevoerd.
- 47 Ach, red ons Jahweh, onze God, En breng ons uit het land der heidenen samen: Opdat wij uw heilige Naam mogen danken, En uw heerlijkheid prijzen!
- 48 Gezegend zij Jahweh, Israëls God, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Laat heel het volk het herhalen: Amen! Halleluja!
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗