로그인

시편 101편 Petrus Canisius Translation

Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 29절 · 대역: King James Version

절Petrus Canisius TranslationKing James Version
1 Gebed van een ongelukkige, als de moed hem ontzinkt, en hij voor Jahweh zijn jammerklacht uitstort. I will sing of mercy and judgment: unto thee, O Lord, will I sing.
2 Jahweh, hoor mijn gebed, Mijn jammerklacht dringe tot U door! I will behave myself wisely in a perfect way. O when wilt thou come unto me? I will walk within my house with a perfect heart.
3 Verberg voor mij uw aanschijn niet, Wanneer het mij bang wordt; Luister naar mij, als ik roep, En verhoor mij toch snel! I will set no wicked thing before mine eyes: I hate the work of them that turn aside; it shall not cleave to me.
4 Want als rook gaan mijn dagen voorbij; En mijn gebeente gloeit als een oven; A froward heart shall depart from me: I will not know a wicked person.
5 Mijn hart is verdroogd en verdord als het gras, Want ik denk er niet aan, mijn brood nog te eten; Whoso privily slandereth his neighbour, him will I cut off: him that hath an high look and a proud heart will not I suffer.
6 En door mijn klagen en kermen, Kleeft mijn gebeente aan mijn vlees. Mine eyes shall be upon the faithful of the land, that they may dwell with me: he that walketh in a perfect way, he shall serve me.
7 Ik ben als een pelikaan der woestijn, En als een uil tussen puinen; He that worketh deceit shall not dwell within my house: he that telleth lies shall not tarry in my sight.
8 Ik kan niet meer slapen, en zit maar te klagen, Als een eenzame mus op het dak. I will early destroy all the wicked of the land; that I may cut off all wicked doers from the city of the Lord.
9 Mijn vijanden houden niet op, mij te honen, En tegen mij te razen en te vloeken. —
10 Ja, ik eet as als mijn brood, En met tranen meng ik mijn drank; —
11 Want Gij hebt om uw gramschap en toorn Mij opgenomen en weggeslingerd! —
12 Mijn dagen vlieden heen als een schaduw, Ik kwijn weg als het gras. —
13 Maar Gij, Jahweh, blijft eeuwig, En uw Naam van geslacht tot geslacht! —
14 Gij zult opstaan, en U over Sion ontfermen: Het is tijd, hem genadig te zijn; het uur is gekomen! —
15 Want uw dienaars hebben zijn stenen lief, En hebben deernis met zijn puinen. —
16 Dan zullen de heidenen de Naam van Jahweh vrezen, Alle vorsten der aarde uw majesteit: —
17 Omdat Jahweh Sion herbouwt, En Zich openbaart in zijn glorie; —
18 Zich tot de bede der verlatenen neigt, En hun gebed niet versmaadt! —
19 Men schrijve dit op voor een volgend geslacht, Opdat het volk, door Jahweh herschapen, Hem zal prijzen: —
20 Als Jahweh weer neerziet Uit zijn heilige woning, En uit de hemel Weer neerblikt op aarde: —
21 Om het gekerm der gevangenen te horen, Te verlossen, die ten dode zijn gewijd; —
22 En om Jahweh’s Naam in Sion te melden, In Jerusalem zijn lof, —
23 Wanneer de volkeren zich verzamelen, En de koninkrijken, om Jahweh te dienen! —
24 Wel heeft Hij midden op mijn weg mijn krachten gebroken, En mijn dagen verkort; maar toch blijf ik bidden: —
25 Mijn God, neem mij niet weg op de helft mijner dagen; Uw jaren duren van geslacht tot geslacht. —
26 In den beginne hebt Gij de aarde gegrond, En de hemelen zijn het werk uwer handen! —
27 Zij zullen vergaan, maar Gij blijft; Als een kleed zullen zij allen verslijten. —
28 Gij verwisselt ze als een mantel, zij zullen verdwijnen; Maar Gij blijft dezelfde, en uw jaren nemen geen einde. —
29 Zo blijven ook de zonen uwer dienaars bestaan, En hun kroost houdt stand voor uw aanschijn! —

Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL