로마서 3장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 로마서 (Romans) · 31절
- 1 Wat heeft de Jood dan nog vóór, of wat nut heeft de besnijdenis dan? -Heel veel onder ieder opzicht!
- 2 En wel op de allereerste plaats: hem zijn de Beloften van God toevertrouwd.
- 3 Maar wat zou dat nu? Wanneer er sommigen ontrouw zijn geweest, zou dan hun ontrouw de trouw van God soms te niet doen?
- 4 Onmogelijk! Integendeel, het staat vast: God is betrouwbaar, maar iedere mens is een leugenaar, zoals er geschreven staat: "Opdat Gij in uw woorden gerecht zoudt blijken, En zegepralen, als men recht over U spreekt."
- 5 Of wanneer onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid doet uitblinken, wat zullen we dan zeggen? Zou God, menselijkerwijze gesproken, dan niet onrechtvaardig zijn, als Hij zijn toorn ontketent?
- 6 Onmogelijk! Hoe zou God anders de wereld kunnen oordelen?
- 7 Of wanneer door mijn leugen Gods waarachtigheid nog scherper uitkomt tot zijn glorie, waarom zou ik dan nog als zondaar worden geoordeeld?
- 8 Zouden we dan niet liever het kwade gaan doen zoals sommigen ons lasterlijk aanwrijven, opdat het goede er uit volgt? Maar terecht wordt zo iets veroordeeld.
- 9 Wat dan? Zijn wij soms beter? -Volstrekt niet! Want we hebben Joden en Grieken toch vroeger beschuldigd, dat ze allen onder zonde gebukt gaan,
- 10 zoals er geschreven staat: "Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één;
- 11 Er is geen verstandige, niemand die God zoekt.
- 12 Allen zijn afgedwaald, even bedorven, Er is niemand die goed doet, maar ook niet één.
- 13 Een open graf is hun keel, Ze plegen bedrog met hun tong; Achter hun lippen is adderengif,
- 14 Vol vloek en bitterheid is hun mond.
- 15 Vlug zijn hun voeten, om bloed te vergieten,
- 16 Vernieling en onheil zijn op hun wegen;
- 17 Maar de weg van de vrede kennen ze niet,
- 18 Geen vreze Gods staat hun voor ogen!"
- 19 Welnu, we weten, dat de Wet, bij al wat ze zegt, zich richt tot hen, die staan onder de Wet. Iedere mond is dus gestopt, en heel de wereld staat schuldig voor God!
- 20 Door de voorschriften der Wet zal dus geen mens voor Hem gerechtvaardigd worden; wèl brengt de Wet de kennis der zonde.
- 21 Maar thans is, buiten de Wet om, de gerechtigheid Gods verschenen, waarvan de Wet en de profeten getuigenis hebben afgelegd.
- 22 Het is de gerechtigheid Gods, door het geloof in Jesus Christus, en voor allen die geloven. Neen, er bestaat geen onderscheid meer.
- 23 Want allen hebben gezondigd, en zijn beroofd van de heerlijkheid Gods;
- 24 om niet worden ze gerechtvaardigd door zijn genade uit kracht der verlossing door Christus Jesus.
- 25 En God heeft Hem aangewezen als zoenoffer door het geloof in zijn Bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen bij het dulden van vroegere zonden
- 26 uit de tijd van Gods lankmoedigheid; om ook zijn rechtvaardigheid te tonen in deze tijd, en Zelf rechtvaardig te zijn, als Hij hem rechtvaardigt, die in Jesus gelooft.
- 27 Waar blijft dan de eigenroem? Hij is uitgesloten! Krachtens welke wet? Krachtens die van de werken? Neen, maar krachtens de wet van het geloof!
- 28 We besluiten dus, dat de mens gerechtvaardigd wordt door het geloof zonder de werken der Wet.
- 29 Of is God alléén voor de Joden en niet voor de heidenen? Zeer zeker ook voor de heidenen!
- 30 Want het is dezelfde God, die de besnedenen rechtvaardig zal maken door het geloof, maar ook de onbesnedenen door het geloof.
- 31 Doen we door het geloof dan afbreuk aan de Wet? Volstrekt niet! Integendeel, we handhaven de Wet naar haar juiste aard.
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗