잠언 7장 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 잠언 (Proverbs) · 27절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg. | My son, keep my words, and lay up my commandments with thee. |
| 2 | Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen. | Keep my commandments, and live; and my law as the apple of thine eye. |
| 3 | Bind ze aan uw vingeren, schrijf ze op de tafels uws harten. | Bind them upon thy fingers, write them upon the table of thine heart. |
| 4 | Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend; | Say unto wisdom, Thou art my sister; and call understanding thy kinswoman: |
| 5 | Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit. | That they may keep thee from the strange woman, from the stranger which flattereth with her words. |
| 6 | Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit; | For at the window of my house I looked through my casement, |
| 7 | En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling; | And beheld among the simple ones, I discerned among the youths, a young man void of understanding, |
| 8 | Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis. | Passing through the street near her corner; and he went the way to her house, |
| 9 | In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid; | In the twilight, in the evening, in the black and dark night: |
| 10 | En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede; | And, behold, there met him a woman with the attire of an harlot, and subtil of heart. |
| 11 | Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet; | (She is loud and stubborn; her feet abide not in her house: |
| 12 | Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende; | Now is she without, now in the streets, and lieth in wait at every corner.) |
| 13 | En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem: | So she caught him, and kissed him, and with an impudent face said unto him, |
| 14 | Dankoffers zijn bij mij, ik heb heden mijn geloften betaald; | I have peace offerings with me; this day have I payed my vows. |
| 15 | Daarom ben ik uitgegaan u tegemoet, om uw aangezicht naarstiglijk te zoeken, en ik heb u gevonden. | Therefore came I forth to meet thee, diligently to seek thy face, and I have found thee. |
| 16 | Ik heb mijn bedstede met tapijtsieraad toegemaakt, met uitgehouwen werken, met fijn linnen van Egypte; | I have decked my bed with coverings of tapestry, with carved works, with fine linen of Egypt. |
| 17 | Ik heb mijn leger met mirre, aloe en kaneel welriekende gemaakt; | I have perfumed my bed with myrrh, aloes, and cinnamon. |
| 18 | Kom, laat ons dronken worden van minnen tot den morgen toe; laat ons ons vrolijk maken in grote liefde. | Come, let us take our fill of love until the morning: let us solace ourselves with loves. |
| 19 | Want de man is niet in zijn huis, hij is een verren weg getogen; | For the goodman is not at home, he is gone a long journey: |
| 20 | Hij heeft een bundel gelds in zijn hand genomen; ten bestemden dage zal hij naar zijn huis komen. | He hath taken a bag of money with him, and will come home at the day appointed. |
| 21 | Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen. | With her much fair speech she caused him to yield, with the flattering of her lips she forced him. |
| 22 | Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien. | He goeth after her straightway, as an ox goeth to the slaughter, or as a fool to the correction of the stocks; |
| 23 | Totdat hem de pijl zijn lever doorsneed; gelijk een vogel zich haast naar den strik, en niet weet, dat dezelve tegen zijn leven is. | Till a dart strike through his liver; as a bird hasteth to the snare, and knoweth not that it is for his life. |
| 24 | Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds. | Hearken unto me now therefore, O ye children, and attend to the words of my mouth. |
| 25 | Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden. | Let not thine heart decline to her ways, go not astray in her paths. |
| 26 | Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele. | For she hath cast down many wounded: yea, many strong men have been slain by her. |
| 27 | Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods. | Her house is the way to hell, going down to the chambers of death. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL