잠언 20장 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 잠언 (Proverbs) · 30절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn. | Wine is a mocker, strong drink is raging: and whosoever is deceived thereby is not wise. |
| 2 | De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel. | The fear of a king is as the roaring of a lion: whoso provoketh him to anger sinneth against his own soul. |
| 3 | Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen. | It is an honour for a man to cease from strife: but every fool will be meddling. |
| 4 | Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn. | The sluggard will not plow by reason of the cold; therefore shall he beg in harvest, and have nothing. |
| 5 | De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen. | Counsel in the heart of man is like deep water; but a man of understanding will draw it out. |
| 6 | Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwen man vinden? | Most men will proclaim every one his own goodness: but a faithful man who can find? |
| 7 | De rechtvaardige wandelt steeds in zijn oprechtheid; welgelukzalig zijn zijn kinderen na hem. | The just man walketh in his integrity: his children are blessed after him. |
| 8 | Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen. | A king that sitteth in the throne of judgment scattereth away all evil with his eyes. |
| 9 | Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde? | Who can say, I have made my heart clean, I am pure from my sin? |
| 10 | Tweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide. | Divers weights, and divers measures, both of them are alike abomination to the Lord. |
| 11 | Een jongen zal ook door zijn handelingen zich bekend maken, of zijn werk zuiver, en of het recht zal wezen. | Even a child is known by his doings, whether his work be pure, and whether it be right. |
| 12 | Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide. | The hearing ear, and the seeing eye, the Lord hath made even both of them. |
| 13 | Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood. | Love not sleep, lest thou come to poverty; open thine eyes, and thou shalt be satisfied with bread. |
| 14 | Het is kwaad, het is kwaad! zal de koper zeggen; maar als hij weggegaan is, dan zal hij zich beroemen. | It is naught, it is naught, saith the buyer: but when he is gone his way, then he boasteth. |
| 15 | Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood. | There is gold, and a multitude of rubies: but the lips of knowledge are a precious jewel. |
| 16 | Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden. | Take his garment that is surety for a stranger: and take a pledge of him for a strange woman. |
| 17 | Het brood der leugen is den mens zoet; maar daarna zal zijn mond vol van zandsteentjes worden. | Bread of deceit is sweet to a man; but afterwards his mouth shall be filled with gravel. |
| 18 | Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen. | Every purpose is established by counsel: and with good advice make war. |
| 19 | Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt. | He that goeth about as a talebearer revealeth secrets: therefore meddle not with him that flattereth with his lips. |
| 20 | Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis. | Whoso curseth his father or his mother, his lamp shall be put out in obscure darkness. |
| 21 | Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden. | An inheritance may be gotten hastily at the beginning; but the end thereof shall not be blessed. |
| 22 | Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen. | Say not thou, I will recompense evil; but wait on the Lord, and he shall save thee. |
| 23 | Tweeerlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed. | Divers weights are an abomination unto the Lord; and a false balance is not good. |
| 24 | De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan? | Man’s goings are of the Lord; how can a man then understand his own way? |
| 25 | Het is een strik des mensen, dat hij het heilige verslindt, en na gedane geloften, onderzoek te doen. | It is a snare to the man who devoureth that which is holy, and after vows to make enquiry. |
| 26 | Een wijs koning verstrooit de goddelozen, en hij brengt het rad over hen. | A wise king scattereth the wicked, and bringeth the wheel over them. |
| 27 | De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks. | The spirit of man is the candle of the Lord, searching all the inward parts of the belly. |
| 28 | Weldadigheid en waarheid bewaren den koning; en door weldadigheid ondersteunt hij zijn troon. | Mercy and truth preserve the king: and his throne is upholden by mercy. |
| 29 | Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden heerlijkheid is de grijsheid. | The glory of young men is their strength: and the beauty of old men is the gray head. |
| 30 | Gezwellen der wonde zijn in den boze een zuivering, mitsgaders de slagen van het binnenste des buiks. | The blueness of a wound cleanseth away evil: so do stripes the inward parts of the belly. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL