욥기 6장 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 30절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Maar Job antwoordde en zeide: | But Job answered and said, |
| 2 | Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief! | Oh that my grief were throughly weighed, and my calamity laid in the balances together! |
| 3 | Want het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeen; daarom worden mijn woorden opgezwolgen. | For now it would be heavier than the sand of the sea: therefore my words are swallowed up. |
| 4 | Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij. | For the arrows of the Almighty are within me, the poison whereof drinketh up my spirit: the terrors of God do set themselves in array against me. |
| 5 | Rochelt ook de woudezel bij het jonge gras? Loeit de os bij zijn voeder? | Doth the wild ass bray when he hath grass? or loweth the ox over his fodder? |
| 6 | Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte des dooiers? | Can that which is unsavoury be eaten without salt? or is there any taste in the white of an egg? |
| 7 | Mijn ziel weigert uw woorden aan te roeren; die zijn als mijn laffe spijze. | The things that my soul refused to touch are as my sorrowful meat. |
| 8 | Och, of mijn begeerte kwame, en dat God mijn verwachting gave; | Oh that I might have my request; and that God would grant me the thing that I long for! |
| 9 | En dat het Gode beliefde, dat Hij mij verbrijzelde, Zijn hand losliet, en een einde met mij maakte! | Even that it would please God to destroy me; that he would let loose his hand, and cut me off! |
| 10 | Dat zou nog mijn troost zijn, en zou mij verkwikken in den weedom, zo Hij niet spaarde; want ik heb de redenen des Heiligen niet verborgen gehouden. | Then should I yet have comfort; yea, I would harden myself in sorrow: let him not spare; for I have not concealed the words of the Holy One. |
| 11 | Wat is mijn kracht, dat ik hopen zou? Of welk is mijn einde, dat ik mijn leven verlengen zou? | What is my strength, that I should hope? and what is mine end, that I should prolong my life? |
| 12 | Is mijn kracht stenen kracht? Is mijn vlees staal? | Is my strength the strength of stones? or is my flesh of brass? |
| 13 | Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven? | Is not my help in me? and is wisdom driven quite from me? |
| 14 | Aan hem, die versmolten is, zou van zijn vriend weldadigheid geschieden; of hij zou de vreze des Almachtigen verlaten. | To him that is afflicted pity should be shewed from his friend; but he forsaketh the fear of the Almighty. |
| 15 | Mijn broeders hebben trouwelooslijk gehandeld als een beek; als de storting der beken gaan zij door; | My brethren have dealt deceitfully as a brook, and as the stream of brooks they pass away; |
| 16 | Die verdonkerd zijn van het ijs, en in dewelke de sneeuw zich verbergt. | Which are blackish by reason of the ice, and wherein the snow is hid: |
| 17 | Ten tijde, als zij van hitte vervlieten, worden zij uitgedelgd; als zij warm worden, verdwijnen zij uit haar plaats. | What time they wax warm, they vanish: when it is hot, they are consumed out of their place. |
| 18 | De gangen haars wegs wenden zich ter zijde af; zij lopen op in het woeste, en vergaan. | The paths of their way are turned aside; they go to nothing, and perish. |
| 19 | De reizigers van Thema zien ze, de wandelaars van Scheba wachten op haar. | The troops of Tema looked, the companies of Sheba waited for them. |
| 20 | Zij worden beschaamd, omdat elkeen vertrouwde; als zij daartoe komen, zo worden zij schaamrood. | They were confounded because they had hoped; they came thither, and were ashamed. |
| 21 | Voorwaar, alzo zijt gijlieden mij nu niets geworden; gij hebt gezien de ontzetting, en gij hebt gevreesd. | For now ye are nothing; ye see my casting down, and are afraid. |
| 22 | Heb ik gezegd: Brengt mij, en geeft geschenken voor mij van uw vermogen? | Did I say, Bring unto me? or, Give a reward for me of your substance? |
| 23 | Of bevrijdt mij van de hand des verdrukkers, en verlost mij van de hand der tirannen? | Or, Deliver me from the enemy’s hand? or, Redeem me from the hand of the mighty? |
| 24 | Leert mij, en ik zal zwijgen, en geeft mij te verstaan, waarin ik gedwaald heb. | Teach me, and I will hold my tongue: and cause me to understand wherein I have erred. |
| 25 | O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is? | How forcible are right words! but what doth your arguing reprove? |
| 26 | Zult gij, om te bestraffen, woorden bedenken, en zullen de redenen des mismoedigen voor wind zijn? | Do ye imagine to reprove words, and the speeches of one that is desperate, which are as wind? |
| 27 | Ook werpt gij u op een wees; en gij graaft tegen uw vriend. | Yea, ye overwhelm the fatherless, and ye dig a pit for your friend. |
| 28 | Maar nu, belieft het u, wendt u tot mij, en het zal voor ulieder aangezicht zijn, of ik liege. | Now therefore be content, look upon me; for it is evident unto you if I lie. |
| 29 | Keert toch weder, laat er geen onrecht wezen, ja, keert weder; nog zal mijn gerechtigheid daarin zijn. | Return, I pray you, let it not be iniquity; yea, return again, my righteousness is in it. |
| 30 | Zou onrecht op mijn tong wezen? Zou mijn gehemelte niet de ellenden te verstaan geven? | Is there iniquity in my tongue? cannot my taste discern perverse things? |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL