욥기 32장 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 22절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was. | So these three men ceased to answer Job, because he was righteous in his own eyes. |
| 2 | Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde dan God. | Then was kindled the wrath of Elihu the son of Barachel the Buzite, of the kindred of Ram: against Job was his wrath kindled, because he justified himself rather than God. |
| 3 | Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden. | Also against his three friends was his wrath kindled, because they had found no answer, and yet had condemned Job. |
| 4 | Doch Elihu had gewacht op Job in het spreken, omdat zij ouder van dagen waren dan hij. | Now Elihu had waited till Job had spoken, because they were elder than he. |
| 5 | Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn. | When Elihu saw that there was no answer in the mouth of these three men, then his wrath was kindled. |
| 6 | Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheel, den Buziet, en zeide: Ik ben minder van dagen, maar gijlieden zijt stokouden; daarom heb ik geschroomd en gevreesd, ulieden mijn gevoelen te vertonen. | And Elihu the son of Barachel the Buzite answered and said, I am young, and ye are very old; wherefore I was afraid, and durst not shew you mine opinion. |
| 7 | Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven. | I said, Days should speak, and multitude of years should teach wisdom. |
| 8 | Zekerlijk de geest, die in den mens is, en de inblazing des Almachtigen, maakt henlieden verstandig. | But there is a spirit in man: and the inspiration of the Almighty giveth them understanding. |
| 9 | De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet. | Great men are not always wise: neither do the aged understand judgment. |
| 10 | Daarom zeg ik: Hoor naar mij; ik zal mijn gevoelen ook vertonen. | Therefore I said, Hearken to me; I also will shew mine opinion. |
| 11 | Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden; ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht hadt. | Behold, I waited for your words; I gave ear to your reasons, whilst ye searched out what to say. |
| 12 | Als ik nu acht op u gegeven heb, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die uit ulieden zijn redenen beantwoordde; | Yea, I attended unto you, and, behold, there was none of you that convinced Job, or that answered his words: |
| 13 | Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens. | Lest ye should say, We have found out wisdom: God thrusteth him down, not man. |
| 14 | Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden. | Now he hath not directed his words against me: neither will I answer him with your speeches. |
| 15 | Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer; zij hebben de woorden van zich verzet. | They were amazed, they answered no more: they left off speaking. |
| 16 | Ik heb dan gewacht, maar zij spreken niet; want zij staan stil; zij antwoorden niet meer. | When I had waited, (for they spake not, but stood still, and answered no more;) |
| 17 | Ik zal mijn deel ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen. | I said, I will answer also my part, I also will shew mine opinion. |
| 18 | Want ik ben der woorden vol; de geest mijns buiks benauwt mij. | For I am full of matter, the spirit within me constraineth me. |
| 19 | Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten. | Behold, my belly is as wine which hath no vent; it is ready to burst like new bottles. |
| 20 | Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden. | I will speak, that I may be refreshed: I will open my lips and answer. |
| 21 | Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike! | Let me not, I pray you, accept any man’s person, neither let me give flattering titles unto man. |
| 22 | Want ik weet geen bijnamen te gebruiken; in kort zou mijn Maker mij wegnemen. | For I know not to give flattering titles; in so doing my maker would soon take me away. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL