시편 9편 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 20절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben. | I will praise thee, O Lord, with my whole heart; I will shew forth all thy marvellous works. |
| 2 | Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen. | I will be glad and rejoice in thee: I will sing praise to thy name, O thou most High. |
| 3 | In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste! | When mine enemies are turned back, they shall fall and perish at thy presence. |
| 4 | Omdat mijn vijanden achterwaarts gekeerd, gevallen en vergaan zijn van Uw aangezicht. | For thou hast maintained my right and my cause; thou satest in the throne judging right. |
| 5 | Want Gij hebt mijn recht en mijn rechtszaak afgedaan; Gij hebt gezeten op den troon, o Rechter, der gerechtigheid. | Thou hast rebuked the heathen, thou hast destroyed the wicked, thou hast put out their name for ever and ever. |
| 6 | Gij hebt de heidenen gescholden, den goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos. | O thou enemy, destructions are come to a perpetual end: and thou hast destroyed cities; their memorial is perished with them. |
| 7 | O vijand! zijn de verwoestingen voleind in eeuwigheid, en hebt gij de steden uitgeroeid? Hunlieder gedachtenis is met hen vergaan. | But the Lord shall endure for ever: he hath prepared his throne for judgment. |
| 8 | Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte. | And he shall judge the world in righteousness, he shall minister judgment to the people in uprightness. |
| 9 | En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden. | The Lord also will be a refuge for the oppressed, a refuge in times of trouble. |
| 10 | En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. | And they that know thy name will put their trust in thee: for thou, Lord, hast not forsaken them that seek thee. |
| 11 | En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken. | Sing praises to the Lord, which dwelleth in Zion: declare among the people his doings. |
| 12 | Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden. | When he maketh inquisition for blood, he remembereth them: he forgetteth not the cry of the humble. |
| 13 | Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet. | Have mercy upon me, O Lord; consider my trouble which I suffer of them that hate me, thou that liftest me up from the gates of death: |
| 14 | Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods; | That I may shew forth all thy praise in the gates of the daughter of Zion: I will rejoice in thy salvation. |
| 15 | Opdat ik Uw gansen lof in de poorten der dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil. | The heathen are sunk down in the pit that they made: in the net which they hid is their own foot taken. |
| 16 | De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hunlieder voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden. | The Lord is known by the judgment which he executeth: the wicked is snared in the work of his own hands. Higgaion. Selah. |
| 17 | De HEERE is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela. | The wicked shall be turned into hell, and all the nations that forget God. |
| 18 | De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen. | For the needy shall not alway be forgotten: the expectation of the poor shall not perish for ever. |
| 19 | Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn. | Arise, O Lord; let not man prevail: let the heathen be judged in thy sight. |
| 20 | Sta op, HEERE, laat de mens zich niet versterken; laat de heidenen voor Uw aangezicht geoordeeld worden. O HEERE! jaag hun vreze aan; laat de heidenen weten, dat zij mensen zijn. Sela. | Put them in fear, O Lord: that the nations may know themselves to be but men. Selah. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL