시편 40편 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 17절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Davids psalm, voor den opperzangmeester. | I waited patiently for the Lord; and he inclined unto me, and heard my cry. |
| 2 | Ik heb den HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot mij geneigd, en mijn geroep gehoord. | He brought me up also out of an horrible pit, out of the miry clay, and set my feet upon a rock, and established my goings. |
| 3 | En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt. | And he hath put a new song in my mouth, even praise unto our God: many shall see it, and fear, and shall trust in the Lord. |
| 4 | En Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien, en vrezen, en op den HEERE vertrouwen. | Blessed is that man that maketh the Lord his trust, and respecteth not the proud, nor such as turn aside to lies. |
| 5 | Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt, en niet omziet naar de hovaardigen, en die tot leugen afwijken. | Many, O Lord my God, are thy wonderful works which thou hast done, and thy thoughts which are to us-ward: they cannot be reckoned up in order unto thee: if I would declare and speak of them, they are more than can be numbered. |
| 6 | Gij, o HEERE, mijn God! hebt Uw wonderen en Uw gedachten aan ons vele gemaakt, men kan ze niet in orde bij U verhalen; zal ik ze verkondigen en uitspreken, zo zijn zij menigvuldiger dan dat ik ze zou kunnen vertellen. | Sacrifice and offering thou didst not desire; mine ears hast thou opened: burnt offering and sin offering hast thou not required. |
| 7 | Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist. | Then said I, Lo, I come: in the volume of the book it is written of me, |
| 8 | Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven. | I delight to do thy will, O my God: yea, thy law is within my heart. |
| 9 | Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. | I have preached righteousness in the great congregation: lo, I have not refrained my lips, O Lord, thou knowest. |
| 10 | Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE! Gij weet het. | I have not hid thy righteousness within my heart; I have declared thy faithfulness and thy salvation: I have not concealed thy lovingkindness and thy truth from the great congregation. |
| 11 | Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente. | Withhold not thou thy tender mercies from me, O Lord: let thy lovingkindness and thy truth continually preserve me. |
| 12 | Gij, o HEERE! zult Uw barmhartigheden van mij niet onthouden; laat Uw weldadigheid en Uw trouw mij geduriglijk behoeden. | For innumerable evils have compassed me about: mine iniquities have taken hold upon me, so that I am not able to look up; they are more than the hairs of mine head: therefore my heart faileth me. |
| 13 | Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten. | Be pleased, O Lord, to deliver me: O Lord, make haste to help me. |
| 14 | Het behage U, HEERE! mij te verlossen; HEERE! haast U tot mijn hulp. | Let them be ashamed and confounded together that seek after my soul to destroy it; let them be driven backward and put to shame that wish me evil. |
| 15 | Laat hen te zamen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken, om die te vernielen; laat hen achterwaarts gedreven worden, en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad. | Let them be desolate for a reward of their shame that say unto me, Aha, aha. |
| 16 | Laat hen verwoest worden tot loon hunner beschaming, die van mij zeggen: Ha, ha! | Let all those that seek thee rejoice and be glad in thee: let such as love thy salvation say continually, The Lord be magnified. |
| 17 | Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: De HEERE zij groot gemaakt! Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de HEERE denkt aan mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; o mijn God! vertoef niet. | But I am poor and needy; yet the Lord thinketh upon me: thou art my help and my deliverer; make no tarrying, O my God. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL