시편 141편 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 10절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep. | Lord, I cry unto thee: make haste unto me; give ear unto my voice, when I cry unto thee. |
| 2 | Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer. | Let my prayer be set forth before thee as incense; and the lifting up of my hands as the evening sacrifice. |
| 3 | HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen. | Set a watch, O Lord, before my mouth; keep the door of my lips. |
| 4 | Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen. | Incline not my heart to any evil thing, to practise wicked works with men that work iniquity: and let me not eat of their dainties. |
| 5 | De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden. | Let the righteous smite me; it shall be a kindness: and let him reprove me; it shall be an excellent oil, which shall not break my head: for yet my prayer also shall be in their calamities. |
| 6 | Hun rechters zijn aan de zijde der steenrots vrijgelaten geweest, en hebben gehoord mijn redenen, dat zij aangenaam waren. | When their judges are overthrown in stony places, they shall hear my words; for they are sweet. |
| 7 | Onze beenderen zijn verstrooid aan den mond des grafs, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had. | Our bones are scattered at the grave’s mouth, as when one cutteth and cleaveth wood upon the earth. |
| 8 | Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet. | But mine eyes are unto thee, O God the Lord: in thee is my trust; leave not my soul destitute. |
| 9 | Bewaar mij voor het geweld des striks, dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers der ongerechtigheid. | Keep me from the snares which they have laid for me, and the gins of the workers of iniquity. |
| 10 | Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, te zamen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan. | Let the wicked fall into their own nets, whilst that I withal escape. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL