시편 139편 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 24절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij. | O Lord, thou hast searched me, and known me. |
| 2 | Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten. | Thou knowest my downsitting and mine uprising, thou understandest my thought afar off. |
| 3 | Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend. | Thou compassest my path and my lying down, and art acquainted with all my ways. |
| 4 | Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles. | For there is not a word in my tongue, but, lo, O Lord, thou knowest it altogether. |
| 5 | Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij. | Thou hast beset me behind and before, and laid thine hand upon me. |
| 6 | De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij. | Such knowledge is too wonderful for me; it is high, I cannot attain unto it. |
| 7 | Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht? | Whither shall I go from thy spirit? or whither shall I flee from thy presence? |
| 8 | Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar. | If I ascend up into heaven, thou art there: if I make my bed in hell, behold, thou art there. |
| 9 | Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee; | If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; |
| 10 | Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden. | Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me. |
| 11 | Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij. | If I say, Surely the darkness shall cover me; even the night shall be light about me. |
| 12 | Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht. | Yea, the darkness hideth not from thee; but the night shineth as the day: the darkness and the light are both alike to thee. |
| 13 | Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt. | For thou hast possessed my reins: thou hast covered me in my mother’s womb. |
| 14 | Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel. | I will praise thee; for I am fearfully and wonderfully made: marvellous are thy works; and that my soul knoweth right well. |
| 15 | Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde. | My substance was not hid from thee, when I was made in secret, and curiously wrought in the lowest parts of the earth. |
| 16 | Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was. | Thine eyes did see my substance, yet being unperfect; and in thy book all my members were written, which in continuance were fashioned, when as yet there was none of them. |
| 17 | Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen! | How precious also are thy thoughts unto me, O God! how great is the sum of them! |
| 18 | Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U. | If I should count them, they are more in number than the sand: when I awake, I am still with thee. |
| 19 | O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij! | Surely thou wilt slay the wicked, O God: depart from me therefore, ye bloody men. |
| 20 | Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen. | For they speak against thee wickedly, and thine enemies take thy name in vain. |
| 21 | Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan? | Do not I hate them, O Lord, that hate thee? and am not I grieved with those that rise up against thee? |
| 22 | Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij. | I hate them with perfect hatred: I count them mine enemies. |
| 23 | Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. | Search me, O God, and know my heart: try me, and know my thoughts: |
| 24 | En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg. | And see if there be any wicked way in me, and lead me in the way everlasting. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL