시편 115편 Dutch Staten Vertaling
Dutch Staten Vertaling · 네덜란드어 · 시편 (Psalms) · 18절 · 대역: King James Version
| 절 | Dutch Staten Vertaling | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil. | Not unto us, O Lord, not unto us, but unto thy name give glory, for thy mercy, and for thy truth’s sake. |
| 2 | Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God? | Wherefore should the heathen say, Where is now their God? |
| 3 | Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt. | But our God is in the heavens: he hath done whatsoever he hath pleased. |
| 4 | Hunlieder afgoden zijn zilver en goud, het werk van des mensen handen; | Their idols are silver and gold, the work of men’s hands. |
| 5 | Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; | They have mouths, but they speak not: eyes have they, but they see not: |
| 6 | Oren hebben zij, maar horen niet; zij hebben een neus, maar zij rieken niet; | They have ears, but they hear not: noses have they, but they smell not: |
| 7 | Hun handen hebben zij, maar tasten niet; hun voeten, maar gaan niet; zij geven geen geluid door hun keel. | They have hands, but they handle not: feet have they, but they walk not: neither speak they through their throat. |
| 8 | Dat die hen maken hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt. | They that make them are like unto them; so is every one that trusteth in them. |
| 9 | Israel! vertrouw gij op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild. | O Israel, trust thou in the Lord: he is their help and their shield. |
| 10 | Gij huis van Aaron! vertrouw op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild. | O house of Aaron, trust in the Lord: he is their help and their shield. |
| 11 | Gijlieden, die den HEERE vreest! vertrouwt op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild. | Ye that fear the Lord, trust in the Lord: he is their help and their shield. |
| 12 | De HEERE is onzer gedachtig geweest, Hij zal zegenen; Hij zal het huis van Israel zegenen, Hij zal het huis van Aaron zegenen. | The Lord hath been mindful of us: he will bless us; he will bless the house of Israel; he will bless the house of Aaron. |
| 13 | Hij zal zegenen, die den HEERE vrezen, de kleinen met de groten. | He will bless them that fear the Lord, both small and great. |
| 14 | De HEERE zal den zegen over ulieden vermeerderen, over ulieden en over uw kinderen. | The Lord shall increase you more and more, you and your children. |
| 15 | Gijlieden zijt den HEERE gezegend, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft. | Ye are blessed of the Lord which made heaven and earth. |
| 16 | Aangaande den hemel, de hemel is des HEEREN; maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven. | The heaven, even the heavens, are the Lord’s: but the earth hath he given to the children of men. |
| 17 | De doden zullen den HEERE niet prijzen, noch die in de stilte nedergedaald zijn. | The dead praise not the Lord, neither any that go down into silence. |
| 18 | Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah! | But we will bless the Lord from this time forth and for evermore. Praise the Lord. |
Dutch Staten Vertaling — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL