잠언 31장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 잠언 (Proverbs) · 31절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Wenken voor Lemoeël, den koning van Massa, die zijn moeder hem gaf. | The words of king Lemuel, the prophecy that his mother taught him. |
| 2 | Mijn zoon, wat zal ik u zeggen; Wat, kind van mijn schoot; Wat, kind van mijn geloften! | What, my son? and what, the son of my womb? and what, the son of my vows? |
| 3 | Verkwist uw geld niet aan vrouwen, Schenk uw hart niet aan haar, die koningen verderven; | Give not thy strength unto women, nor thy ways to that which destroyeth kings. |
| 4 | Dat past geen koningen, Lemoeël! Het past geen koningen, wijn te drinken; Vorsten mogen niet verzot zijn op drank. | It is not for kings, O Lemuel, it is not for kings to drink wine; nor for princes strong drink: |
| 5 | Anders vergeten zij al drinkend de wet, En verdraaien het recht van alle verdrukten. | Lest they drink, and forget the law, and pervert the judgment of any of the afflicted. |
| 6 | Geef de drank maar aan hen, die ontredderd zijn, Schenk wijn aan bedroefden: | Give strong drink unto him that is ready to perish, and wine unto those that be of heavy hearts. |
| 7 | Al drinkend vergeten ze hun armoe, En denken niet meer aan hun zorgen. | Let him drink, and forget his poverty, and remember his misery no more. |
| 8 | Kom op voor hen, die niets weten te zeggen, Voor het recht van allen, die verkwijnen; | Open thy mouth for the dumb in the cause of all such as are appointed to destruction. |
| 9 | Open uw mond, geef een billijk vonnis, Verschaf recht aan armen en tobbers. | Open thy mouth, judge righteously, and plead the cause of the poor and needy. |
| 10 | Een flinke vrouw! Men vindt haar niet licht; Haar waarde is hoger dan die van juwelen! | Who can find a virtuous woman? for her price is far above rubies. |
| 11 | Haar man kan vast op haar bouwen, Hem ontgaat geen winst. | The heart of her husband doth safely trust in her, so that he shall have no need of spoil. |
| 12 | Ze brengt hem voordeel, zolang hij leeft, Nimmer zal ze hem schaden; | She will do him good and not evil all the days of her life. |
| 13 | Ze haalt wol en linnen in huis, En verwerkt die met willige handen. | She seeketh wool, and flax, and worketh willingly with her hands. |
| 14 | Als een handelsschip haalt ze van verre haar spijs, | She is like the merchants’ ships; she bringeth her food from afar. |
| 15 | En als het nog nacht is, staat ze al op, Bereidt ze het eten voor haar gezin, En wijst haar dienstboden de dagtaak aan. | She riseth also while it is yet night, and giveth meat to her household, and a portion to her maidens. |
| 16 | Na rijp beraad koopt ze een akker, Van wat ze verdiende plant ze een wijngaard; | She considereth a field, and buyeth it: with the fruit of her hands she planteth a vineyard. |
| 17 | Ze gordelt haar lenden met kracht, De handen steekt ze uit de mouwen. | She girdeth her loins with strength, and strengtheneth her arms. |
| 18 | Ze onderzoekt, of haar huishouden loopt, Zelfs in de nacht gaat haar lamp niet uit; | She perceiveth that her merchandise is good: her candle goeth not out by night. |
| 19 | Ze slaat de hand aan het spinnewiel, Haar vingers grijpen de klos. | She layeth her hands to the spindle, and her hands hold the distaff. |
| 20 | Ze is vrijgevig voor den arme, Den behoeftige stopt ze iets toe; | She stretcheth out her hand to the poor; yea, she reacheth forth her hands to the needy. |
| 21 | Voor haar gezin hoeft ze de kou niet te vrezen, Want heel haar gezin heeft een dubbel stel kleren. | She is not afraid of the snow for her household: for all her household are clothed with scarlet. |
| 22 | Zelf maakt ze haar mantels, Ze gaat in lijnwaad en purper gekleed; | She maketh herself coverings of tapestry; her clothing is silk and purple. |
| 23 | Ook haar man valt op in de poorten, Waar hij zetelt met de oudsten van het land. | Her husband is known in the gates, when he sitteth among the elders of the land. |
| 24 | Ze verkoopt de eigengemaakte gewaden, En levert den handelaar gordels; | She maketh fine linen, and selleth it; and delivereth girdles unto the merchant. |
| 25 | Ze is met kracht en voornaamheid bekleed, En kent geen angst voor de komende dag. | Strength and honour are her clothing; and she shall rejoice in time to come. |
| 26 | Haar mond is vol wijsheid, Een vriendelijke wenk ligt op haar tong: | She openeth her mouth with wisdom; and in her tongue is the law of kindness. |
| 27 | Zo gaat ze de gangen na van haar gezin, Niet in ledigheid eet ze haar brood! | She looketh well to the ways of her household, and eateth not the bread of idleness. |
| 28 | Haar zonen staan op, en prijzen haar gelukkig, Haar man ook geeft haar deze lof: | Her children arise up, and call her blessed; her husband also, and he praiseth her. |
| 29 | "Menige vrouw weert zich dapper, Maar gij hebt ze allen overtroffen!" | Many daughters have done virtuously, but thou excellest them all. |
| 30 | Bedriegelijk is de bevalligheid, en broos is de schoonheid; Maar een vrouw, die Jahweh vreest, blijft geëerd. | Favour is deceitful, and beauty is vain: but a woman that feareth the Lord, she shall be praised. |
| 31 | Laat haar genieten van wat haar handen wrochtten, In de poorten zullen haar daden haar prijzen! | Give her of the fruit of her hands; and let her own works praise her in the gates. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL