욥기 9장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 35절
- 1 Job antwoordde, en sprak:
- 2 Zeker, ik weet wel, dat het zo is; Maar hoe kan een mens tegenover God in zijn recht zijn?
- 3 Wanneer hij Hem ter verantwoording wil roepen, Geeft Hij niet eens op de duizendmaal antwoord;
- 4 Wie heeft den Alwijze en den Almachtige Ooit ongedeerd getrotseerd?
- 5 Hem, die bergen verzet, en ze merken het niet, Ze onderstboven keert in zijn toorn;
- 6 Die de aarde op haar plaats doet schudden, Haar zuilen trillen ervan;
- 7 Die de zon bevel geeft, niet te stralen, En de sterren onder een zegel legt!
- 8 Die de hemel uitspant, Hij alleen, En voortschrijdt over de golven der zee;
- 9 Die Grote Beer en Orion schiep, Plejaden en het Zuiderkruis;
- 10 Die grootse, ondoorgrondelijke dingen wrocht, En talloze wonderen!
- 11 Zie, Hij gaat mij voorbij, en ik zie het niet, Hij glijdt langs mij heen, ik bemerk het niet;
- 12 Rooft Hij: Wie zal Hem weerhouden? Wie Hem zeggen: Wat doet Gij?
- 13 God, die zijn gramschap niet weerhoudt: Zelfs Ráhabs helpers moesten zich onder Hem krommen!
- 14 Hoe zou ik Hem dan ter verantwoording roepen, Mijn woorden tegenover Hem vinden?
- 15 Ik, die geen antwoord krijg, al heb ik ook recht, Maar mijn Rechter om genade moet smeken;
- 16 En al gaf Hij mij antwoord, als ik riep, Dan geloof ik niet, dat Hij naar mij zou luisteren.
- 17 Hij, die mij vertrapt om een kleinigheid En mijn smarten vermeerdert om niet;
- 18 Hij, die mij niet op adem laat komen, Maar mij met bitter wee overstelpt.
- 19 Gaat het om kracht: Hij is er, de Sterke! Gaat het om recht: Wie klaagt Hem aan?
- 20 Al had ik ook recht, zijn mond veroordeelde mij; Al was ik onschuldig, Hij verklaarde mij schuldig!
- 21 Ben ik onschuldig? Ik weet het zelf nu niet meer. Ik verfoei mijn bestaan: Het is mij allemaal één!
- 22 Maar daarom roep ik het uit: Onschuldigen en schuldigen slaat Hij neer!
- 23 Wanneer zijn gesel plotseling doodt, Lacht Hij met de vertwijfeling van de onschuldigen;
- 24 Is het land aan bozen overgeleverd, Hij bindt nog een blinddoek op het gelaat van de rechters: Want zo Hij het niet doet, Wie doet het dan wel?
- 25 Zo vliegen mijn dagen voorbij, Sneller nog dan een ijlbode; Zo vluchten ze weg, Zonder geluk te aanschouwen;
- 26 Ze schieten heen als schepen van riet, Als een adelaar, die zich werpt op zijn prooi.
- 27 Denk ik, ik wil mijn jammer vergeten, Weer vrolijk schijnen en blij,
- 28 Dan ben ik weer bang voor al mijn smarten, Wetend, dat Gij mij niet voor onschuldig houdt.
- 29 En wanneer ik dan toch schuldig moet zijn, Waarom doe ik mijn best, om niet?
- 30 Al was ik mij nog zo schoon met sneeuw, En reinig mijn handen met zeep,
- 31 Toch ploft Gij mij neer in het vuil, Zodat mijn kleren van mij walgen.
- 32 Neen, Gij zijt geen mens, zoals ik, dien ik ter verantwoording roep, Zodat wij te zamen voor de rechtbank verschijnen!
- 33 Ach, mocht er een scheidsrechter tussen ons zijn, Die zijn hand op ons beiden kon leggen;
- 34 Die Gods roede van mij weg zou nemen, Zodat de schrik voor Hem mij niet deerde:
- 35 Dan zou ik spreken zonder Hem te vrezen; Maar nu er geen is, neem ik het op voor mijzelf!
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗