욥기 39장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 35절
- 1 Kent gij de tijd, waarop de gemzen springen, Neemt gij het jongen der hinden waar;
- 2 Telt gij de maanden van haar dracht, Bepaalt gij de dag, dat zij werpen?
- 3 Ze krommen zich, drijven haar jongen uit, En haar weeën zijn heen;
- 4 Haar jongen worden sterk, groeien op in de steppe, Lopen weg, en keren niet tot haar terug!
- 5 Wie heeft den woudezel in vrijheid gelaten, Wie dien wilde de boeien geslaakt,
- 6 Hem, wien Ik de woestijn tot woning gaf, De zilte steppe tot verblijf;
- 7 Die spot met het lawaai van de stad, Die zich niet stoort aan het razen der drijvers;
- 8 Die de bergen als zijn weide doorsnuffelt, En naar al wat groen is, neust.
- 9 Wil de woudos ù dienen, Aan ùw krib overnachten;
- 10 Slaat gij een touw om zijn nek, Egt hij de voren achter ú?
- 11 Vertrouwt ge op hem om zijn geweldige kracht, Laat ge aan hem uw arbeid over;
- 12 Rekent ge op hem, om uw oogst te gaan halen, En uw graan op uw dorsvloer te brengen?
- 13 Vrolijk klapwiekt de struis, De moeder van kostbare veren en pennen,
- 14 Maar die haar eieren stopt in de grond, En ze uitbroeien laat op het zand.
- 15 Ze vergeet, dat een voet ze vertrappen kan, Dat de wilde beesten ze kunnen verpletteren;
- 16 Ze is hard voor haar jongen, alsof het de hare niet zijn, Het deert haar niet, al is haar moeite vergeefs:
- 17 Want God heeft haar de wijsheid onthouden, Geen verstand haar geschonken.
- 18 Toch rent ze weg, zodra de boogschutters komen, En spot met het paard en zijn ruiter!
- 19 Geeft gij het paard zijn heldenmoed, Hebt gij zijn nek met kracht bekleed;
- 20 Laat gij als een sprinkhaan het springen, Laat gij het hinniken, geweldig en fier?
- 21 Het draaft door het dal, het juicht in zijn kracht, En stormt op de wapenen aan;
- 22 Het spot met angst, wordt nimmer vervaard, En deinst niet terug voor het zwaard.
- 23 Boven op zijn rug rammelt de koker met pijlen, Bliksemt de lans en de speer;
- 24 Ongeduldig, onstuimig verslindt het de bodem, Niet meer te temmen, als de bazuinen weerschallen.
- 25 Bij iedere trompetstoot roept het: Hoera! Van verre reeds snuift het de strijd, De donderende stem van de leiders, Het schreeuwen der krijgers!
- 26 Stijgt de sperwer op door uw beleid, En slaat hij zijn vleugels uit naar het zuiden?
- 27 Neemt op uw bevel de gier zijn vlucht, En bouwt hij zijn nest in de hoogte?
- 28 Hij woont en nestelt op rotsen, Op steile en ontoegankelijke klippen;
- 29 Van daar beloert hij zijn prooi, Uit de verte spieden zijn ogen.
- 30 Zijn jongen slurpen bloed, Waar lijken liggen, hij is er terstond!
- 31 Nu vervolgde Jahweh tot Job, en sprak:
- 32 Zal nu de bediller van den Almachtige zwijgen; Of weet de vitter op God hier nog antwoord op?
- 33 Maar Job antwoordde Jahweh, en sprak:
- 34 Ik ben lichtzinnig geweest: Wat zou ik hierop kunnen zeggen; Ik leg mijn hand op mijn mond.
- 35 Ik heb eens gesproken, maar doe het niet weer; Tweemaal, maar ik begin niet opnieuw!
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗