욥기 34장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 37절
- 1 Elihoe vervolgde en sprak:
- 2 Gij wijzen, hoort naar mijn rede; Verstandigen, luistert naar mij:
- 3 Want het oor toetst de woorden, Zoals het gehemelte spijzen keurt.
- 4 We moeten zelf onderzoeken, wat recht is, Onder elkander beslissen wat goed is.
- 5 Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtschapen, Maar God onthoudt mij mijn recht;
- 6 Ondanks mijn recht moet ik lijden, Mijn wonde is ongeneeslijk, al ben ik niet schuldig!
- 7 Is er wel iemand als Job, Die godslastering als water drinkt,
- 8 Die het gezelschap van boosdoeners opzoekt En met slechte lieden omgang heeft?
- 9 Want hij zegt: Wat baat het den mens, In God zijn behagen te stellen!
- 10 Verstandige lieden, hoort dus naar mij: Onmogelijk; God doet geen kwaad, de Almachtige geen onrecht;
- 11 Want Hij vergeldt de mensen hun daden, Behandelt iedereen naar zijn gedrag!
- 12 Waarachtig, God kan geen onrecht begaan, De Almachtige het recht niet verkrachten!
- 13 Wie heeft de aarde onder zijn leiding gesteld Wie Hem met de hele wereld belast?
- 14 Trekt Hij hun geest tot Zich terug, Neemt Hij tot Zich hun levensadem,
- 15 Dan sterft onmiddellijk alle vlees, Keert de mens terug tot stof!
- 16 Zijt ge verstandig, luister hiernaar, En leen het oor aan mijn rede:
- 17 Kan Hij, die het recht zou haten, besturen; Kan de Alrechtvaardige onrecht bedrijven?
- 18 Hij, die tot den koning zegt: Belial Tot de edelen: Booswicht;
- 19 Die vorsten niet voortrekt, Den arme niet achterstelt bij den rijke. Neen, ze zijn allen het werk zijner handen,
- 20 En sterven plotseling, midden in de nacht; Rijken worden opgeschrikt, en gaan heen, Machtigen verdwijnen, al steekt men er de hand niet naar uit.
- 21 Want zijn ogen zijn op de wegen der mensen gericht, En Hij ziet al hun schreden;
- 22 Er bestaat geen duister of donker, Waarin de boosdoeners zich kunnen verbergen.
- 23 Neen, geen vaste tijd voor den mens, Om voor God ten gericht te verschijnen;
- 24 Hij verplettert den machtige zonder verhoor, En stelt anderen voor hem in de plaats.
- 25 Hij geeft dus acht op hun daden, Hij stort ze omver in de nacht;
- 26 Ze worden verbrijzeld tot straf voor hun boosheid, Hij tuchtigt ze op de plaats, waar allen het zien.
- 27 Want van Hem zijn ze afgeweken, En hebben op geen van zijn paden gelet;
- 28 Ze hebben het kermen der armen tot Hem doen komen, Zodat Hij het klagen der ellendigen hoort.
- 29 Hield Hij Zich stil, wie zou ze beschuldigen Bedekte Hij zijn gelaat, wie wees hen terecht? Neen, Hij houdt volk en eenling in het oog,
- 30 Opdat geen boze regeert, het volk niet zondigt.
- 31 Maar als de boze tot God zegt: Ik heb gedwaald, Doch ik wil niet meer zondigen;
- 32 Onderricht mij, totdat ik tot inzicht kom; Heb ik misdaan, ik doe het niet meer!
- 33 Moet Hij, volgens u, het dan toch maar vergelden, Omdat gij zijn gerechtigheid anders misprijst? Gij hebt te beslissen, niet ik; Spreek dus uit, wat ge meent!
- 34 Verstandige mensen zullen mij zeggen, Met den wijzen man, die mij hoort:
- 35 Job heeft niet verstandig gesproken, Zijn rede getuigt niet van inzicht.
- 36 Waarachtig, Job zal ten einde toe worden beproefd, Om zijn antwoorden, boosdoeners waardig;
- 37 Want hij heeft bij zijn zonde de misdaad gevoegd, Ons te honen, en tegen God een grote mond op te zetten!
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗