욥기 31장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 40절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Toch had ik een verbond met mijn ogen gesloten, Om niet te kijken naar een maagd. | I made a covenant with mine eyes; why then should I think upon a maid? |
| 2 | Want wat is het lot, door God in den hoge beschikt, Het erfdeel door den Almachtige daarboven bepaald? | For what portion of God is there from above? and what inheritance of the Almighty from on high? |
| 3 | Het is de ondergang voor den ongerechte, Voor den boosdoener onheil! | Is not destruction to the wicked? and a strange punishment to the workers of iniquity? |
| 4 | Slaat Hij mijn wegen niet gade, En telt Hij al mijn schreden niet? | Doth not he see my ways, and count all my steps? |
| 5 | Ben ik ooit met leugens omgegaan, Of heeft zich mijn voet gerept tot bedrog? | If I have walked with vanity, or if my foot hath hasted to deceit; |
| 6 | God wege mij slechts op een eerlijke schaal, En Hij zal mijn onschuld moeten erkennen! | Let me be weighed in an even balance, that God may know mine integrity. |
| 7 | Indien mijn tred is afgeweken Van het rechte pad; Mijn hart mijn ogen achterna is gelopen, Of smetten aan mijn handen kleven: | If my step hath turned out of the way, and mine heart walked after mine eyes, and if any blot hath cleaved to mine hands; |
| 8 | Dan moge ik zaaien, een ander het eten, En wat ik geplant heb, worde uitgerukt! | Then let me sow, and let another eat; yea, let my offspring be rooted out. |
| 9 | Indien mijn hart is verleid door een vrouw, Ik geloerd heb aan de deur van mijn naaste: | If mine heart have been deceived by a woman, or if I have laid wait at my neighbour’s door; |
| 10 | Dan moge mijn vrouw voor een ander malen, En mogen anderen haar bezitten; | Then let my wife grind unto another, and let others bow down upon her. |
| 11 | Want dat zou een schanddaad zijn, En een halszaak voor het gerecht! | For this is an heinous crime; yea, it is an iniquity to be punished by the judges. |
| 12 | Dan brande een vuur tot het dodenrijk En vertere heel mijn bezit! | For it is a fire that consumeth to destruction, and would root out all mine increase. |
| 13 | Indien ik het recht van mijn slaaf heb verkracht, Of van mijn slavin, met mij in geschil: | If I did despise the cause of my manservant or of my maidservant, when they contended with me; |
| 14 | Wat zou ik doen, als God Zich verhief, Wat Hem antwoorden, als Hij de zaak onderzocht? | What then shall I do when God riseth up? and when he visiteth, what shall I answer him? |
| 15 | Heeft Hij, die mij in de moederschoot schiep, ook hen niet gemaakt, Heeft niet Een en Dezelfde ons in haar lichaam gevormd? | Did not he that made me in the womb make him? and did not one fashion us in the womb? |
| 16 | Heb ik ooit een arme een bede geweigerd, De ogen van een weduwe laten versmachten; | If I have withheld the poor from their desire, or have caused the eyes of the widow to fail; |
| 17 | Heb ik ooit alleen mijn brood genuttigd, En de wees daarvan niet mee laten eten? | Or have eaten my morsel myself alone, and the fatherless hath not eaten thereof; |
| 18 | Neen, van kindsbeen af bracht ik hem groot als een vader, Van de moederschoot af ben ik haar leidsman geweest. | (For from my youth he was brought up with me, as with a father, and I have guided her from my mother’s womb;) |
| 19 | Heb ik ooit een zwerver zonder kleding gezien, Of een arme zonder bedekking; | If I have seen any perish for want of clothing, or any poor without covering; |
| 20 | Hebben zijn lendenen mij niet moeten zegenen, Werd hij niet verwarmd door de wol mijner schapen? | If his loins have not blessed me, and if he were not warmed with the fleece of my sheep; |
| 21 | Indien ik mijn hand tegen een rechtschapene ophief, Omdat ik bemerkte, dat men mij in de poort ondersteunde: | If I have lifted up my hand against the fatherless, when I saw my help in the gate: |
| 22 | Dan valle mijn schouder uit het gewricht, Worde mijn arm uit het gelid gerukt; | Then let mine arm fall from my shoulder blade, and mine arm be broken from the bone. |
| 23 | Dan treffe mij de verschrikking van God, En ik houde geen stand voor zijn Majesteit! | For destruction from God was a terror to me, and by reason of his highness I could not endure. |
| 24 | Indien ik op goud mijn vertrouwen heb gesteld, Het fijnste goud mijn hoop heb genoemd; | If I have made gold my hope, or have said to the fine gold, Thou art my confidence; |
| 25 | Mij verheugd heb ik in de macht van mijn rijkdom, En in de geweldige winst van mijn hand: | If I rejoiced because my wealth was great, and because mine hand had gotten much; |
| 26 | Indien ik heb opgestaard naar de stralende zon, Naar de glanzende maan, die haar weg vervolgde, | If I beheld the sun when it shined, or the moon walking in brightness; |
| 27 | Zodat mijn hart in het geheim werd verleid, En mijn hand mijn mond heeft gekust | And my heart hath been secretly enticed, or my mouth hath kissed my hand: |
| 28 | Ook dat zou een halszaak voor het gerecht zijn geweest, Omdat ik God in den hoge had verloochend! | This also were an iniquity to be punished by the judge: for I should have denied the God that is above. |
| 29 | Heb ik mij in het ongeluk van mijn vijand verheugd, Of gejubeld, omdat onheil hem trof; | If I rejoiced at the destruction of him that hated me, or lifted up myself when evil found him: |
| 30 | Heb ik mijn gehemelte niet verboden te zondigen, En door een verwensing zijn leven te eisen; | Neither have I suffered my mouth to sin by wishing a curse to his soul. |
| 31 | Hebben mijn tentgenoten niet gezegd: Wie verzadigt zich niet aan het vlees van zijn vijand? | If the men of my tabernacle said not, Oh that we had of his flesh! we cannot be satisfied. |
| 32 | De zwerver behoefde niet buiten te overnachten Voor den reiziger heb ik de deuren geopend. | The stranger did not lodge in the street: but I opened my doors to the traveller. |
| 33 | Indien ik mijn misdaad voor de mensen bedekt heb, In mijn boezem mijn schuld heb verborgen, | If I covered my transgressions as Adam, by hiding mine iniquity in my bosom: |
| 34 | Omdat ik de grote menigte vreesde, En bang was voor de verachting der geslachten: Dan moge ik verstommen, en de deur niet meer uitgaan, | Did I fear a great multitude, or did the contempt of families terrify me, that I kept silence, and went not out of the door? |
| 35 | Wie zou er dan nog naar mij horen! Zie hier mijn handtekening! De Almachtige antwoorde mij; Mijn beschuldiger schrijve zijn aanklacht neer! | Oh that one would hear me! behold, my desire is, that the Almighty would answer me, and that mine adversary had written a book. |
| 36 | Waarachtig, ik wil ze op mijn schouder nemen Er mij als met een krans mee omhangen; | Surely I would take it upon my shoulder, and bind it as a crown to me. |
| 37 | Ik zal Hem mijn schreden een voor een tonen, En voor zijn aanschijn treden als een vorst! | I would declare unto him the number of my steps; as a prince would I go near unto him. |
| 38 | Indien mijn akker tegen mij klaagde Zijn voren gezamenlijk weenden; | If my land cry against me, or that the furrows likewise thereof complain; |
| 39 | Indien ik zijn vrucht heb genoten, zonder te betalen, En zijn bezitter liet zuchten: | If I have eaten the fruits thereof without money, or have caused the owners thereof to lose their life: |
| 40 | Dan mogen doornen opschieten inplaats van tarwe, En stinkend onkruid inplaats van gerst! Hier eindigen de woorden van Job. | Let thistles grow instead of wheat, and cockle instead of barley. The words of Job are ended. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL