욥기 29장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 25절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Job vervolgde zijn rede, en sprak | Moreover Job continued his parable, and said, |
| 2 | Ach, was ik als in vroeger maanden, In de tijd, toen God mij behoedde, | Oh that I were as in months past, as in the days when God preserved me; |
| 3 | Toen Hij zijn lamp boven mijn hoofd liet stralen, En ik bij zijn licht door de duisternis ging; | When his candle shined upon my head, and when by his light I walked through darkness; |
| 4 | Zoals ik was in mijn beste dagen Toen God mijn tent nog beschutte! | As I was in the days of my youth, when the secret of God was upon my tabernacle; |
| 5 | Toen de Almachtige nog met mij was, Mijn kinderen mij nog omringden; | When the Almighty was yet with me, when my children were about me; |
| 6 | Toen mijn voeten zich baadden in boter, De rots, waar ik stond, beken olie liet stromen; | When I washed my steps with butter, and the rock poured me out rivers of oil; |
| 7 | Als ik uitging naar de poort van de stad, En op het plein mijn zetel liet zetten: | When I went out to the gate through the city, when I prepared my seat in the street! |
| 8 | Trokken de jongemannen zich terug, zodra ze mij zagen, Rezen de grijsaards op en bleven staan, | The young men saw me, and hid themselves: and the aged arose, and stood up. |
| 9 | Staakten de edelen hun gesprek En legden de hand op hun mond. | The princes refrained talking, and laid their hand on their mouth. |
| 10 | De stem der leiders verstomde, Hun tong kleefde aan hun gehemelte vast; | The nobles held their peace, and their tongue cleaved to the roof of their mouth. |
| 11 | Toen het oor, dat het hoorde, mij gelukkig prees En het oog, dat het zag, mij bijval schonk! | When the ear heard me, then it blessed me; and when the eye saw me, it gave witness to me: |
| 12 | Want ik hielp den arme, die om bijstand riep, Den wees, die geen helper meer had; | Because I delivered the poor that cried, and the fatherless, and him that had none to help him. |
| 13 | Dien de ondergang dreigde, zegende mij, Het hart der weduwe vrolijkte ik op; | The blessing of him that was ready to perish came upon me: and I caused the widow’s heart to sing for joy. |
| 14 | Rechtschapenheid trok ik aan als een kleed, Mijn gerechtigheid als een mantel en kroon. | I put on righteousness, and it clothed me: my judgment was as a robe and a diadem. |
| 15 | Ik was de ogen voor blinden, De voeten voor kreupelen; | I was eyes to the blind, and feet was I to the lame. |
| 16 | Voor armen was ik een vader, Voor onbekenden onderzocht ik het pleit. | I was a father to the poor: and the cause which I knew not I searched out. |
| 17 | Maar den boosdoener brak ik de tanden, En rukte hem de prooi uit zijn kaken. | And I brake the jaws of the wicked, and plucked the spoil out of his teeth. |
| 18 | Ik dacht bij mijzelf: Oud zal ik sterven Mijn dagen zullen talrijk zijn als het zand; | Then I said, I shall die in my nest, and I shall multiply my days as the sand. |
| 19 | Mijn wortel zal openstaan voor het water, De dauw op mijn takken vernachten; | My root was spread out by the waters, and the dew lay all night upon my branch. |
| 20 | Mijn eer blijft steeds nieuw, Mijn boog wint aan jeugdige kracht in mijn hand! | My glory was fresh in me, and my bow was renewed in my hand. |
| 21 | Ze luisterden zwijgend naar mij En wachtten mijn beslissing af; | Unto me men gave ear, and waited, and kept silence at my counsel. |
| 22 | Had ik uitgesproken, dan nam niemand het woord, Maar mijn rede druppelde op hen neer. | After my words they spake not again; and my speech dropped upon them. |
| 23 | Ze verlangden naar mij als naar regen, Met open mond als naar een late bui. | And they waited for me as for the rain; and they opened their mouth wide as for the latter rain. |
| 24 | Lachte ik hun toe, ze durfden het niet geloven, En vingen het stralen van mijn aangezicht op. | If I laughed on them, they believed it not; and the light of my countenance they cast not down. |
| 25 | Bezocht ik hen, ik zat bovenaan, Troonde als een vorst bij zijn troepen, als een die treurenden troost. | I chose out their way, and sat chief, and dwelt as a king in the army, as one that comforteth the mourners. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL