욥기 16장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 욥기 (Job) · 22절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Job antwoordde, en sprak: | Then Job answered and said, |
| 2 | Zulke beweringen heb ik nu al meer dan genoeg gehoord; Gij zijt allemaal onuitstaanbare troosters! | I have heard many such things: miserable comforters are ye all. |
| 3 | Komt er dan nooit een eind aan die bluf, Wat prikkelt u toch, om te praten? | Shall vain words have an end? or what emboldeneth thee that thou answerest? |
| 4 | Ik zou juist eender als gij kunnen spreken, Waart gij in mijn plaats; Mooie woorden tegen u kunnen zeggen, Het hoofd over u kunnen schudden; | I also could speak as ye do: if your soul were in my soul’s stead, I could heap up words against you, and shake mine head at you. |
| 5 | U met de mond kunnen troosten, En met de lippen beklagen. | But I would strengthen you with my mouth, and the moving of my lips should asswage your grief. |
| 6 | Als ik spreek, wordt mijn leed er niet door verminderd; Maar wat komt er van mij, als ik zwijg? | Though I speak, my grief is not asswaged: and though I forbear, what am I eased? |
| 7 | De kwaadwillige zou mij aanstonds weerloos maken En heel zijn bent greep mij aan; | But now he hath made me weary: thou hast made desolate all my company. |
| 8 | Mijn lasteraar zou tegen mij getuigen, Tegen mij optreden, mij aanklagen; | And thou hast filled me with wrinkles, which is a witness against me: and my leanness rising up in me beareth witness to my face. |
| 9 | Zijn toorn verscheurt en bestookt mij, Hij knerst de tanden tegen mij! Mijn tegenstanders zouden mij met hun ogen doorboren, | He teareth me in his wrath, who hateth me: he gnasheth upon me with his teeth; mine enemy sharpeneth his eyes upon me. |
| 10 | Hun monden tegen mij opensperren, Smadelijk mij op de wangen slaan, Als één man tegen mij optrekken! | They have gaped upon me with their mouth; they have smitten me upon the cheek reproachfully; they have gathered themselves together against me. |
| 11 | Want God levert mij aan deugnieten over, En werpt mij in de handen der bozen; | God hath delivered me to the ungodly, and turned me over into the hands of the wicked. |
| 12 | Ik leefde in vrede: Hij heeft me gebroken, Bij de nek gegrepen en neergesmakt; Hij heeft mij tot zijn doelwit gemaakt, | I was at ease, but he hath broken me asunder: he hath also taken me by my neck, and shaken me to pieces, and set me up for his mark. |
| 13 | Zijn pijlen snorren om mij heen; Meedogenloos doorboort Hij mijn nieren, En stort mijn gal over de bodem uit. | His archers compass me round about, he cleaveth my reins asunder, and doth not spare; he poureth out my gall upon the ground. |
| 14 | Hij schiet mij de ene bres na de andere, Als een krijgsheld stormt Hij op mij los; | He breaketh me with breach upon breach, he runneth upon me like a giant. |
| 15 | Ik heb een rouwkleed over mijn huid genaaid, Mijn hoorn in het stof laten zakken; | I have sewed sackcloth upon my skin, and defiled my horn in the dust. |
| 16 | Mijn gelaat is rood van het wenen, En over mijn wimpers ligt de schaduw des doods. | My face is foul with weeping, and on my eyelids is the shadow of death; |
| 17 | Maar omdat er geen geweld aan mijn handen kleeft, Klinkt mijn rein gebed naar omhoog: | Not for any injustice in mine hands: also my prayer is pure. |
| 18 | Aarde, houd mijn bloed niet bedekt En smoor mijn jammerklacht niet! | O earth, cover not thou my blood, and let my cry have no place. |
| 19 | Maar nog leeft mijn Getuige in de hemel, Mijn pleitbezorger in den hoge! | Also now, behold, my witness is in heaven, and my record is on high. |
| 20 | Mijn jammeren dringt door tot God, Mijn oog stort tranen voor zijn aanschijn. | My friends scorn me: but mine eye poureth out tears unto God. |
| 21 | O, mocht er een scheidsrechter zijn tussen den mens en God, Als tussen den mens en zijn naaste! | O that one might plead for a man with God, as a man pleadeth for his neighbour! |
| 22 | Want luttel zijn de jaren, die mij nog resten, Eer ik de weg bewandel, waarlangs men niet terugkeert. | When a few years are come, then I shall go the way whence I shall not return. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL