예레미야애가 3장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 예레미야애가 (Lamentations) · 66절
- 1 Ik ben de man, die ellende aanschouwde Door de roede van zijn verbolgenheid;
- 2 Hij heeft mij gedreven en opgejaagd De diepste duisternis in;
- 3 Telkens keerde Hij zijn hand tegen mij, Elke dag opnieuw.
- 4 Hij heeft mijn vlees en huid doen verkwijnen, Mijn beenderen gebroken;
- 5 Overal rond mij opgestapeld Gal en kommer;
- 6 Mij in het donker doen zitten Als de doden uit aloude tijden.
- 7 Hij metselde mij in, zodat ik niet kon ontsnappen, En verzwaarde mijn ketens;
- 8 Hoe ik ook klaagde en schreide, Hij bleef doof voor mijn smeken;
- 9 Hij versperde mijn wegen met stenen, Vernielde mijn paden.
- 10 Hij loerde op mij als een beer, Als een leeuw, die in hinderlaag ligt;
- 11 Hij sleurde mij van mijn wegen, om mij te verscheuren, En stortte mij in het verderf;
- 12 Hij spande zijn boog, En maakte mij doel van de pijl.
- 13 Hij schoot door mijn nieren De pijlen van zijn koker.
- 14 Voor alle volken werd ik een hoon, Een spotlied altijd herhaald.
- 15 Hij heeft met bitterheid mij verzadigd, Met alsem gedrenkt.
- 16 Op kiezel heeft Hij mijn tanden doen bijten, Met as mij gespijsd;
- 17 De vrede werd mijn ziel ontroofd, Wat geluk is, ken ik niet meer.
- 18 Ik zeide: Weg is mijn roemen, Mijn hopen op Jahweh!
- 19 Gedenk toch mijn nood en mijn angst, Mijn alsem en gal!
- 20 Ja, Gij zult zeker gedenken, Hoe mijn ziel gaat gebukt:
- 21 Dit blijf ik altijd bepeinzen, Hierop altijd vertrouwen!
- 22 Neen, Jahweh’s genaden nemen geen einde, Nooit houdt zijn barmhartigheid op:
- 23 Iedere morgen zijn ze nieuw, En groot is uw trouw.
- 24 Mijn deel is Jahweh! zegt mijn ziel, En daarom vertrouw ik op Hem!
- 25 Goed is Jahweh voor die op Hem hopen, Voor iedereen, die Hem zoekt;
- 26 Goed is het, gelaten te wachten Op redding van Jahweh;
- 27 Goed is het den mens, zijn juk te dragen Van de prilste jeugd af!
- 28 Hij moet in de eenzaamheid zwijgen, Wanneer Hij het hem oplegt;
- 29 Zijn mond in het stof blijven drukken. Misschien is er hoop;
- 30 Zijn wangen bieden aan hem, die hem slaat, Verzadigd worden met smaad.
- 31 Neen, de Heer verlaat niet voor immer De kinderen der mensen!
- 32 Neen, na de kastijding erbarmt Hij zich weer, Naar zijn grote ontferming:
- 33 Want niet van harte plaagt en bedroeft Hij De kinderen der mensen!
- 34 Dat men onder de voeten treedt, Allen, die in het land zijn gevangen:
- 35 Dat men het recht van een ander verkracht Voor het aanschijn van den Allerhoogste:
- 36 Dat men den naaste geen recht laat geschieden: Zou de Heer dat niet zien?
- 37 Neen, op wiens bevel het ook is geschied, Heeft de Heer het niet geboden?
- 38 Komt niet uit de mond van den Allerhoogste Het kwaad en het goed?
- 39 Wat klaagt dan de mens bij zijn leven: Laat iedereen klagen over zijn zonde!
- 40 Laten wij ons gedrag onderzoeken en toetsen, En ons tot Jahweh bekeren;
- 41 Heffen wij ons hart op de handen omhoog Tot God in de hemel!
- 42 Wij bleven zondigen, en waren opstandig: Gij kondt geen vergiffenis schenken!
- 43 Toen hebt Gij in toorn u gepantserd en ons achtervolgd, Meedogenloos ons gedood;
- 44 U gehuld in een wolk, Waar geen bidden doorheen kon;
- 45 Tot vuil en uitschot ons gemaakt Te midden der volken.
- 46 Nu sperren allen de mond tegen ons op, Die onze vijanden zijn;
- 47 Nu liggen wij in schrik en strik, Verwoesting, vernieling;
- 48 Nu storten onze ogen beken van tranen Om de ondergang van de dochter van mijn volk.
- 49 Rusteloos stromen mijn ogen En zonder verpozing,
- 50 Totdat Jahweh neerblikt, Uit de hemel toeziet.
- 51 Mijn oog doet mij wee Van al het schreien over mijn stad.
- 52 Als een vogel maakten ze jacht op mij, Die zonder reden mijn vijanden zijn;
- 53 Zij smoorden mij levend in een put, En wierpen mij nog stenen na;
- 54 Het water stroomde over mijn hoofd, Ik dacht: Nu ben ik verloren!
- 55 Toen riep ik uw Naam aan, o Jahweh, Uit het diepst van de put!
- 56 Gij hebt mijn smeken gehoord, uw oor niet gesloten Voor mijn zuchten en schreien;
- 57 Gij zijt gekomen, toen ik U riep, En hebt gesproken: Wees niet bang!
- 58 Heer, Gij naamt het voor mij op, En hebt mijn leven gered!
- 59 Jahweh, Gij hebt mijn verdrukking gezien, Mij recht verschaft;
- 60 Gij hebt hun wraakzucht aanschouwd, Al hun plannen tegen mij.
- 61 Jahweh, Gij hebt hun spotten gehoord, Al hun plannen tegen mij.
- 62 Mijn vijand heeft lippen zowel als gedachten Altijd tegen mij gericht.
- 63 Zie toe; want of ze zitten of staan, Een spotlied ben ik voor hen!
- 64 Jahweh, vergeld ze hun daden, Het werk hunner handen!
- 65 Sla hun hart met verblinding, Henzelf met uw vloek;
- 66 Vervolg en verniel ze in gramschap Onder uw hemel, o Jahweh!
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗