역대하 14장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 역대하 (2 Chronicles) · 15절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Abias ging bij zijn vaderen te ruste, en werd in de Davidstad begraven. Zijn zoon Asa volgde hem op. In zijn dagen had het land tien jaar lang rust. | So Abijah slept with his fathers, and they buried him in the city of David: and Asa his son reigned in his stead. In his days the land was quiet ten years. |
| 2 | Asa deed wat goed en recht was in de ogen van Jahweh, zijn God: | And Asa did that which was good and right in the eyes of the Lord his God: |
| 3 | hij ruimde de vreemde altaren en de offerhoogten op, sloeg de heilige zuilen stuk, hakte de heilige palen om, | For he took away the altars of the strange gods, and the high places, and brake down the images, and cut down the groves: |
| 4 | en scherpte de Judeërs in, dat zij Jahweh moesten vereren, den God hunner vaderen, en zijn wet en geboden moesten onderhouden. | And commanded Judah to seek the Lord God of their fathers, and to do the law and the commandment. |
| 5 | Ook uit alle steden van Juda verwijderde hij de offerhoogten en de reukaltaren. Onder hem had het rijk rust. | Also he took away out of all the cities of Judah the high places and the images: and the kingdom was quiet before him. |
| 6 | Daar het land vrede had, en hij in die jaren geen oorlog hoefde te voeren, omdat Jahweh hem rust verleende, bouwde hij verschillende vestingen in Juda. | And he built fenced cities in Judah: for the land had rest, and he had no war in those years; because the Lord had given him rest. |
| 7 | En hij zeide tot Juda: Laat ons deze steden versterken, en ze met een muur en torens, met poorten en grendels omgeven. Nog zijn wij baas in eigen land, omdat wij Jahweh, onzen God, vereren; want omdat wij Hem vereren, schenkt Hij ons rust naar alle kanten. En ze brachten de bouw tot een gelukkig einde. | Therefore he said unto Judah, Let us build these cities, and make about them walls, and towers, gates, and bars, while the land is yet before us; because we have sought the Lord our God, we have sought him, and he hath given us rest on every side. So they built and prospered. |
| 8 | Het leger van Asa bestond uit driehonderdduizend Judeërs, gewapend met schild en lans, en tweehonderdduizend Benjamieten, gewapend met schilden en vertrouwd met de boog; allemaal dappere mannen. | And Asa had an army of men that bare targets and spears, out of Judah three hundred thousand; and out of Benjamin, that bare shields and drew bows, two hundred and fourscore thousand: all these were mighty men of valour. |
| 9 | Eens rukte Zérach, de Koesjiet, tegen hem op met een leger van een millioen man en driehonderdduizend strijdwagens. Toen hij Maresja had bereikt, | And there came out against them Zerah the Ethiopian with an host of a thousand thousand, and three hundred chariots; and came unto Mareshah. |
| 10 | ging Asa hem tegemoet, en zij stelden zich in het dal Sefata bij Maresja in slagorde op. | Then Asa went out against him, and they set the battle in array in the valley of Zephathah at Mareshah. |
| 11 | Nu riep Asa tot Jahweh, zijn God, en sprak: Jahweh; Gij alleen kunt helpen in de strijd van een machteloze tegen een sterke! Help ons, Jahweh, onze God; want wij nemen onze toevlucht tot U, en in uw Naam trekken wij tegen dit geweldige leger op, Jahweh, Gij zijt onze God; tegen U is niemand bestand! | And Asa cried unto the Lord his God, and said, Lord, it is nothing with thee to help, whether with many, or with them that have no power: help us, O Lord our God; for we rest on thee, and in thy name we go against this multitude. O Lord, thou art our God; let not man prevail against thee. |
| 12 | En Jahweh bracht de Koesjieten voor Asa de nederlaag toe. De Koesjieten sloegen op de vlucht, | So the Lord smote the Ethiopians before Asa, and before Judah; and the Ethiopians fled. |
| 13 | en Asa met zijn manschappen achtervolgden hen tot Gerar. Er sneuvelden zoveel Koesjieten, dat ze zich niet konden herstellen; ze werden door Jahweh en zijn leger volkomen vernietigd. De Judeërs bemachtigden een zeer grote buit, | And Asa and the people that were with him pursued them unto Gerar: and the Ethiopians were overthrown, that they could not recover themselves; for they were destroyed before the Lord, and before his host; and they carried away very much spoil. |
| 14 | en overweldigden alle steden in de omgeving van Gerar; zo diep zat de schrik voor Jahweh er in! Zij plunderden al die steden, omdat er veel buit te behalen viel; | And they smote all the cities round about Gerar; for the fear of the Lord came upon them: and they spoiled all the cities; for there was exceeding much spoil in them. |
| 15 | zelfs de tenten der veehoeders haalden zij omver, en maakten een groot aantal schapen en kamelen buit. Toen keerden ze naar Jerusalem terug. | They smote also the tents of cattle, and carried away sheep and camels in abundance, and returned to Jerusalem. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL