역대상 8장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 역대상 (1 Chronicles) · 40절
- 1 Benjamin verwekte Béla, zijn eerstgeborene, Asj-bel als tweede, Achrach als derde.
- 2 Nocha als vierde, Rafa als vijfde.
- 3 Béla had de volgende kinderen: Addar, Gera, Abihoed,
- 4 Abisjóea, Naäman en Achóach.
- 5 Gera, Sjefoefam en Choeram
- 6 waren zonen van Echoed; ze waren familiehoofden van de bewoners van Géba, en werden verbannen naar Manáchat.
- 7 Het was Gera met Naäman en Achi-ja, die ze verbande. Gera verwekte Oezza en Achihoed.
- 8 Sjacharáim verwekte in de velden van Moab, nadat hij zijn vrouwen Choesjim en Baraä had weggezonden,
- 9 bij zijn vrouw Chódesj: Jobab, Sibja, Mesja, Malkam,
- 10 Jeoes, Sakeja en Mirma; dit waren zijn zonen, allen familiehoofden.
- 11 Van Choesjim had hij Abitoeb en Elpáal gekregen.
- 12 De zonen van Elpáal waren: Éber, Misjam en Sjemed; dezen bouwden Ono en Loed met bijbehorende plaatsen.
- 13 Beria en Sjéma waren de familiehoofden van de bewoners van Ajjalon. Zij joegen de bewoners van Gat op de vlucht;
- 14 hun broeders heetten Elpáal, Sjasjak en Jerimot.
- 15 Zebadja, Arad, Eder,
- 16 Mikaël, Jisjpa en Jocha waren zonen van Beria.
- 17 Zebadja, Mesjoellam, Chizki, Cheber,
- 18 Jisjmerai, Jizlia en Jobab waren zonen van Elpáal.
- 19 Jakim, Zikri, Zabdi,
- 20 Eliënai, Silletai, Eliël,
- 21 Adaja, Beraja en Sjimrat waren zonen van Sjimi.
- 22 Jisjpan, Éber, Eliël,
- 23 Abdon, Zikri, Chanan,
- 24 Chananja, Elam, Antoti-ja,
- 25 Jifdeja en Penoeël waren zonen van Sjasjak.
- 26 Sjamsjerai, Sjecharja, Atalja,
- 27 Jaäresjja, Eli-ja en Zikri waren zonen van Jerocham.
- 28 Dit waren de familiehoofden naar hun geslachten, die in Jerusalem woonden.
- 29 In Gibon woonde de stamvader van Gibon; zijn vrouw heette Maäka.
- 30 Zijn oudste zoon was Abdon; verder Soer, Kisj, Báal, Ner, Nadab,
- 31 Gedor, Achjo, Zéker en Miklot.
- 32 Miklot verwekte Sjima; ook dezen woonden bij hun stamgenoten in Jerusalem, in hun nabijheid.
- 33 Ner verwekte Kisj; Kisj verwekte Saul; Saul verwekte Jonatan, Malkisjóea, Abinadab en Esjbáal.
- 34 De zoon van Jonatan was Merib-Báal; Merib-Báal verwekte Mika.
- 35 De zonen van Mika waren: Piton, Mélek, Taréa en Achaz.
- 36 Achaz verwekte Jehoadda; Jehoadda verwekte Alémet, Azmáwet en Zimri; Zimri verwekte Mosa;
- 37 Mosa verwekte Bina. Diens zoon was Rafa; die van Rafa was Elasa; die van Elasa was Asel.
- 38 Asel had zes kinderen, die aldus heetten: Azrikam, Bokeroe, Jisjmaël, Sjearja, Obadja en Chanan; allen zonen van Asel.
- 39 De zonen van zijn broer Ésjek waren Oelam de oudste, Jeöesj de tweede en Elifélet de derde.
- 40 De zonen van Oelam waren dappere mannen, die de boog konden spannen en veel kinderen en kleinkinderen hadden, wel honderd vijftig. Dit waren allemaal afstammelingen van Benjamin.
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗