로그인

에베소서 2장 Petrus Canisius Translation

Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 에베소서 (Ephesians) · 22절 · 대역: King James Version

절Petrus Canisius TranslationKing James Version
1 Gij ook waart dood door uw overtredingen en zonden, And you hath he quickened, who were dead in trespasses and sins;
2 waarin gij eertijds geleefd hebt in navolging van deze aardse wereld, in navolging ook van den vorst der macht in de lucht, van den vorst van de geest, die nog altijd werkt in de zonen der ongehoorzaamheid. Wherein in time past ye walked according to the course of this world, according to the prince of the power of the air, the spirit that now worketh in the children of disobedience:
3 Ook wij allen behoorden daartoe, en hebben vroeger naar onze vleselijke lusten geleefd, de begeerten van het vlees en van de zinnen volbracht, en waren van nature kinderen van toorn, juist zoals de anderen. Among whom also we all had our conversation in times past in the lusts of our flesh, fulfilling the desires of the flesh and of the mind; and were by nature the children of wrath, even as others.
4 Maar God, die rijk aan ontferming is, heeft door de grote liefde, die Hij ons toedroeg, But God, who is rich in mercy, for his great love wherewith he loved us,
5 ook ons, die dood waren door de overtredingen, ten leven verwekt tezamen met Christus; door de genade zijt gij gered. Even when we were dead in sins, hath quickened us together with Christ, (by grace ye are saved;)
6 En in Christus Jesus heeft Hij ons opgewekt en in de hemel een plaats bereid te zamen met Hem; And hath raised us up together, and made us sit together in heavenly places in Christ Jesus:
7 opdat in de toekomende tijden de overgrote rijkdom zijner genade zou worden geopenbaard, die Hij in zijn goedheid ons in Christus Jesus heeft geschonken. That in the ages to come he might shew the exceeding riches of his grace in his kindness toward us through Christ Jesus.
8 Want uit genade zijt gij gered door het geloof. Niet uit uzelf; Gods gave is het. For by grace are ye saved through faith; and that not of yourselves: it is the gift of God:
9 Niet uit de werken, opdat niemand zou roemen; Not of works, lest any man should boast.
10 want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jesus geschapen tot goede werken, die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven. De volkomen gelijkheid der goddelijke genade van roeping voor Joden en heidenen. For we are his workmanship, created in Christ Jesus unto good works, which God hath before ordained that we should walk in them.
11 Denkt er dus aan, dat gij eertijds heidenen waart van geboorte, en onbesnedenen werdt genoemd door de zogenaamde besnijdenis, die met de hand in het vlees wordt aangebracht; Wherefore remember, that ye being in time past Gentiles in the flesh, who are called Uncircumcision by that which is called the Circumcision in the flesh made by hands;
12 en dat gij toen zonder Christus waart, uitgesloten van Israëls burgerschap, vreemd aan het verbond der Belofte, zonder hoop in de wereld en zonder God. That at that time ye were without Christ, being aliens from the commonwealth of Israel, and strangers from the covenants of promise, having no hope, and without God in the world:
13 Maar thans, nu gij in Christus Jesus zijt, thans zijt gij nabij gekomen door Christus’ Bloed, gij die eertijds verre waart. But now in Christ Jesus ye who sometimes were far off are made nigh by the blood of Christ.
14 Want Hij is onze vrede, Hij die beide groepen één heeft gemaakt, en de scheidsmuur-dat is de vijandschap, -heeft weggebroken. For he is our peace, who hath made both one, and hath broken down the middle wall of partition between us;
15 Door zijn Vlees heeft Hij de Wet afgeschaft met haar geboden en instellingen, om als Vredestichter beide groepen om te scheppen in Hem tot één enkelen nieuwen mens; Having abolished in his flesh the enmity, even the law of commandments contained in ordinances; for to make in himself of twain one new man, so making peace;
16 om beiden in één Lichaam met God door het kruis te verzoenen, en zó de vijandschap te doden. And that he might reconcile both unto God in one body by the cross, having slain the enmity thereby:
17 Hij is gekomen om vrede te preken aan u, die verre waart, en vrede aan hen, die nabij waren gebleven. And came and preached peace to you which were afar off, and to them that were nigh.
18 Want door Hem hebben we beiden toegang tot den Vader in één Geest. For through him we both have access by one Spirit unto the Father.
19 Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, Now therefore ye are no more strangers and foreigners, but fellowcitizens with the saints, and of the household of God;
20 gebouwd op de grondslag der Apostelen en Profeten, waarvan Christus Jesus de hoeksteen is. And are built upon the foundation of the apostles and prophets, Jesus Christ himself being the chief corner stone;
21 In Hem wordt heel het gebouw bijeen gehouden, en rijst het op tot een tempel, heilig in den Heer; In whom all the building fitly framed together groweth unto an holy temple in the Lord:
22 in Hem wordt ook gij opgebouwd, tezamen met de anderen, tot een woning van God in den Geest. In whom ye also are builded together for an habitation of God through the Spirit.

Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL