사도행전 22장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 사도행전 (Acts) · 30절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Mannen, broeders en vaders, luistert naar wat ik u thans te mijner verdediging ga zeggen. | Men, brethren, and fathers, hear ye my defence which I make now unto you. |
| 2 | Toen ze hoorden, dat hij in het hebreeuws tot hen sprak, werd het nog stiller. Hij vervolgde: | (And when they heard that he spake in the Hebrew tongue to them, they kept the more silence: and he saith,) |
| 3 | Ik ben een jood, geboren te Tarsus in Cilicië, maar opgevoed in deze stad; aan de voeten van Gamáliël ben ik geschoold volgens de strenge uitleg der voorvaderlijke Wet, en werd ik een ijveraar voor God, zoals gij dat allen heden zijt. | I am verily a man which am a Jew, born in Tarsus, a city in Cilicia, yet brought up in this city at the feet of Gamaliel, and taught according to the perfect manner of the law of the fathers, and was zealous toward God, as ye all are this day. |
| 4 | Daarom heb ik deze richting ten dode toe vervolgd, mannen en vrouwen in boeien geslagen en in de gevangenis geworpen, | And I persecuted this way unto the death, binding and delivering into prisons both men and women. |
| 5 | zoals ook de hogepriester en heel de Raad kan getuigen. Zelfs kreeg ik brieven van hen mee voor de broeders in Damascus; en ik reisde daarheen, om ook hen, die zich daar bevonden, geboeid naar Jerusalem te voeren, en hen te doen straffen. | As also the high priest doth bear me witness, and all the estate of the elders: from whom also I received letters unto the brethren, and went to Damascus, to bring them which were there bound unto Jerusalem, for to be punished. |
| 6 | Maar toen ik op mijn reis Damascus naderde, bliksemde eensklaps midden op de dag een schitterend licht uit de hemel om mij heen. | And it came to pass, that, as I made my journey, and was come nigh unto Damascus about noon, suddenly there shone from heaven a great light round about me. |
| 7 | Ik viel op de grond, en hoorde een stem, die mij zeide: "Saul, Saul, waarom vervolgt ge Mij?" | And I fell unto the ground, and heard a voice saying unto me, Saul, Saul, why persecutest thou me? |
| 8 | Ik antwoordde: "Wie zijt Gij, Heer?" Hij sprak tot mij: "Ik ben Jesus van Názaret, dien ge vervolgt". | And I answered, Who art thou, Lord? And he said unto me, I am Jesus of Nazareth, whom thou persecutest. |
| 9 | Mijn gezellen zagen wel het licht, maar de stem van Hem, die met mij sprak, hoorden ze niet | And they that were with me saw indeed the light, and were afraid; but they heard not the voice of him that spake to me. |
| 10 | Toen zei ik: "Heer, wat moet ik doen?" En de Heer sprak tot mij: "Sta op, en ga naar Damascus; daar zal men u alles zeggen, wat u gelast wordt". | And I said, What shall I do, Lord? And the Lord said unto me, Arise, and go into Damascus; and there it shall be told thee of all things which are appointed for thee to do. |
| 11 | En daar ik niet meer kon zien door de glans van dat licht, namen mijn gezellen me bij de hand, en zó kwam ik te Damascus aan. | And when I could not see for the glory of that light, being led by the hand of them that were with me, I came into Damascus. |
| 12 | Een zekere Ananias, een vroom man naar de Wet, en in aanzien bij alle Joden, die daar woonden, | And one Ananias, a devout man according to the law, having a good report of all the Jews which dwelt there, |
| 13 | kwam naar mij toe, ging voor mij staan, en sprak: "Saul, broeder, zie op". En op hetzelfde ogenblik zag ik hem. | Came unto me, and stood, and said unto me, Brother Saul, receive thy sight. And the same hour I looked up upon him. |
| 14 | Hij vervolgde: De God onzer vaderen heeft u voorbestemd, om zijn wil te leren kennen, den Gerechte te zien, en de stem uit zijn mond te vernemen. | And he said, The God of our fathers hath chosen thee, that thou shouldest know his will, and see that Just One, and shouldest hear the voice of his mouth. |
| 15 | Want ge zult voor Hem bij alle mensen moeten getuigen, wat ge gezien en gehoord hebt. | For thou shalt be his witness unto all men of what thou hast seen and heard. |
| 16 | Nu dan, wat draalt ge? Sta op, laat u dopen, en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn Naam. | And now why tarriest thou? arise, and be baptized, and wash away thy sins, calling on the name of the Lord. |
| 17 | Toen ik te Jerusalem was teruggekeerd, en eens in de tempel aan het bidden was, geraakte ik in geestverrukking. | And it came to pass, that, when I was come again to Jerusalem, even while I prayed in the temple, I was in a trance; |
| 18 | Ik zag Hem, en Hij sprak tot mij: "Haast u, en vertrek aanstonds uit Jerusalem; want van u zal men geen getuigenis over Mij aanvaarden". | And saw him saying unto me, Make haste, and get thee quickly out of Jerusalem: for they will not receive thy testimony concerning me. |
| 19 | Ik zeide: Heer, ze weten toch, dat ik het was, die allen, die in U geloofden, gevangen liet nemen en in de synagogen liet geselen; | And I said, Lord, they know that I imprisoned and beat in every synagogue them that believed on thee: |
| 20 | en dat ik er bij stond, toen het bloed werd vergoten van Stéfanus, uw getuige; dat ik er behagen in had, en de kleren bewaarde van hen, die hem doodden. | And when the blood of thy martyr Stephen was shed, I also was standing by, and consenting unto his death, and kept the raiment of them that slew him. |
| 21 | Maar Hij sprak tot mij: "Ga heen; want Ik zal u zenden ver weg naar de heidenen". | And he said unto me, Depart: for I will send thee far hence unto the Gentiles. |
| 22 | Tot zo ver hadden ze naar hem geluisterd; maar nu schreeuwden ze het uit: Weg met hem van de aarde; want hij is niet waard, dat hij leeft. | And they gave him audience unto this word, and then lifted up their voices, and said, Away with such a fellow from the earth: for it is not fit that he should live. |
| 23 | Ze huilden, rukten zich de kleren af, en wierpen stof in de lucht. | And as they cried out, and cast off their clothes, and threw dust into the air, |
| 24 | Nu gaf de hoofdman bevel, hem in de burcht te voeren, en hem door geselen tot bekentenis te brengen, opdat hij te weten zou komen, waarom ze zo tegen hem te keer bleven gaan. | The chief captain commanded him to be brought into the castle, and bade that he should be examined by scourging; that he might know wherefore they cried so against him. |
| 25 | Maar toen men Paulus had uitgestrekt, om hem te binden, zei hij tot den aanwezigen honderdman: Is het u geoorloofd, een romeins burger te geselen, die zelfs niet eens veroordeeld is? | And as they bound him with thongs, Paul said unto the centurion that stood by, Is it lawful for you to scourge a man that is a Roman, and uncondemned? |
| 26 | Toen de honderdman dit hoorde, ging hij den hoofdman berichten, en zeide: Wat gaat ge beginnen; die man is een Romein! | When the centurion heard that, he went and told the chief captain, saying, Take heed what thou doest: for this man is a Roman. |
| 27 | De hoofdman ging er naar toe, en zei hem: Zeg me, zijt ge een Romein? Hij antwoordde: Ja! | Then the chief captain came, and said unto him, Tell me, art thou a Roman? He said, Yea. |
| 28 | De hoofdman hernam: Ik heb me dat burgerrecht voor veel geld moeten kopen. Welnu, sprak Paulus, en ik heb het door geboorte verkregen. | And the chief captain answered, With a great sum obtained I this freedom. And Paul said, But I was free born. |
| 29 | Nu lieten zijn pijnigers hem aanstonds met rust; en nu de hoofdman wist, dat hij Romein was, werd hij bang, ook omdat hij hem had laten boeien. | Then straightway they departed from him which should have examined him: and the chief captain also was afraid, after he knew that he was a Roman, and because he had bound him. |
| 30 | Daar hij echter nauwkeurig wilde weten, waarvan hij door de Joden beschuldigd werd, liet hij hem de volgende dag uit de gevangenis halen, en gaf hij bevel, dat de opperpriesters en heel de Hoge Raad bijeen zouden komen. Toen bracht hij Paulus er heen, en stelde hem in hun midden. | On the morrow, because he would have known the certainty wherefore he was accused of the Jews, he loosed him from his bands, and commanded the chief priests and all their council to appear, and brought Paul down, and set him before them. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL