민수기 34장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 민수기 (Numbers) · 29절
- 1 Jahweh sprak tot Moses:
- 2 Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer ge in het land Kanaän komt, dan zullen dit de grenzen zijn van het land Kanaän, dat uw erfdeel is.
- 3 De zuidgrens zal lopen van de woestijn Sin langs Edom, en in het oosten beginnen bij het einde van de Zoutzee.
- 4 Dan zal de grens zich ten zuiden bij de pas van Akrabbim ombuigen, doorlopen tot Sin, en Kadesj-Barnéa zal haar meest zuidelijke punt vormen. Vandaar zal zij zich uitstrekken tot Chasar-Addar en doorlopen tot Asmon.
- 5 Van Asmon zal de grens ombuigen naar de beek van Egypte, en haar eindpunt zal de zee zijn.
- 6 Wat nu de westgrens betreft, zo dient de Grote Zee tegelijk als grens; die vormt uw westgrens.
- 7 Dit zal voor u de noordelijke grens zijn: Van de Grote Zee af moet ge de grenslijn trekken naar de berg Hor,
- 8 en van de berg Hor ze doortrekken tot bij Chamat, met Sedad als haar uiterste punt.
- 9 Vandaar zal de grens doorlopen naar Zifron met Chasar-Enan als eindpunt. Dit zal uw noordgrens zijn.
- 10 Uw oostgrens zult ge trekken van Chasar-Enan naar Sjefam.
- 11 Van Sjefam zal de grens afdalen naar Ribla, ten oosten van Ain, en verder uitlopen op de bergrug ten oosten van het meer van Gennezaret.
- 12 Dan daalt de grens af naar de Jordaan, en loopt uit op de Zoutzee. Dit zal uw land zijn met zijn grenzen rondom.
- 13 Moses beval de Israëlieten, en zeide: Dit is het land, dat gij door loting moet verdelen, daar Jahweh bevolen heeft, het aan de negen en halve stam te geven.
- 14 Want de families van de stam der Rubenieten en Gadieten en die van de halve stam van Manasse hebben hun erfdeel al ontvangen.
- 15 De twee en een halve stam hebben hun aandeel ontvangen aan de overzijde van de Jordaan bij Jericho, dus aan de oostkant.
- 16 En Jahweh sprak tot Moses:
- 17 De volgende mannen moeten het land onder u verdelen: De priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen;
- 18 verder moet gij uit iedere stam één stamhoofd nemen, om het land te verdelen.
- 19 Dit zijn de namen van die mannen: Van de stam Juda Kaleb, de zoon van Jefoenne;
- 20 van de stam der Simeonieten Sjemoeël, de zoon van Ammihoed;
- 21 van de stam Benjamin Elidad, de zoon van Kislon;
- 22 van de stam der Danieten het stamhoofd Boekki, de zoon van Jogli;
- 23 van de zonen van Josef, van de stam der Manassieten het stamhoofd Channiël, de zoon van Efod,
- 24 en van de stam der Efraïmieten het stamhoofd Kemoeël, de zoon van Sjiftan;
- 25 van de stam der Zabulonieten het stamhoofd Elisafan, de zoon van Parnak;
- 26 van de stam der Issakarieten het stamhoofd Paltiël, de zoon van Azzan;
- 27 van de stam der Aserieten het stamhoofd Achihoed, de zoon van Sjelomi;
- 28 van de stam der Neftalieten het stamhoofd Pedaël, de zoon van Ammihoed.
- 29 Aan hen gaf Jahweh bevel het land Kanaän onder de kinderen Israëls te verdelen.
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗