마태복음 22장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 마태복음 (Matthew) · 46절
- 1 Weer nam Jesus het woord, en sprak tot hen in gelijkenissen:
- 2 Het rijk der hemelen is gelijk aan een koning, die een bruiloftsmaal gaf voor zijn zoon.
- 3 En hij zond zijn dienaars uit, om de genodigden tot de bruiloft te roepen; maar ze wilden niet komen.
- 4 Opnieuw zond hij andere dienaars, en sprak: Zegt aan de genodigden: Ziet, ik heb mijn maaltijd gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar; komt toch ter bruiloft.
- 5 Maar ze sloegen er geen acht op, en gingen huns weegs; de een naar zijn hoeve, de ander naar zijn zaken.
- 6 De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden ze.
- 7 Toen werd de koning vergramd; hij zond zijn leger uit, doodde die moordenaars en stak hun stad in brand.
- 8 En hij sprak tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden verdienden het niet.
- 9 Gaat dus naar de kruispunten der straten, en nodigt allen ter bruiloft, die gij er vinden zult.
- 10 Zijn dienaars gingen de straten op, en verzamelden allen, die zij er aantroffen, slechten en goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld.
- 11 Toen nu de koning binnentrad, om de aanliggende gasten te zien, zag hij een man, die geen bruiloftskleed aan had.
- 12 En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt ge hier zonder bruiloftskleed binnengekomen? Hij wist er geen antwoord op te geven.
- 13 Nu zei de koning tot zijn bedienden: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten de duisternis in; daar zal geween zijn en gekners der tanden.
- 14 Want velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.
- 15 Daarop gingen de farizeën heen, en beraadslaagden, hoe ze Hem in zijn eigen woorden zouden verstrikken.
- 16 Ze zonden hun leerlingen met de aanhangers van Herodes op Hem af met de vraag: Meester, we weten, dat Gij oprecht zijt, de weg van God naar waarheid leert, en niemand naar de ogen ziet; want Gij kent geen aanzien des persoons.
- 17 Zeg ons dus: wat dunkt U; is het geoorloofd den keizer belasting te betalen, of niet?
- 18 Jesus kende hun boosheid, en sprak: Huichelaars, wat stelt gij Mij op de proef?
- 19 Laat Mij de cijnspenning zien. Ze hielden Hem een tienling voor.
- 20 Jesus zeide hun: Wiens beeld en randschrift is dit?
- 21 Ze zeiden: Van den keizer. Hij sprak tot hen: Geeft dan den keizer, wat den keizer toekomt; en geeft aan God, wat God toekomt.
- 22 Toen ze dit hoorden, waren ze verwonderd; ze lieten Hem met rust, en gingen heen.
- 23 Op diezelfde dag kwamen de sadduceën naar Hem toe, die de verrijzenis loochenen. Ze ondervroegen Hem:
- 24 Meester, Moses heeft gezegd: Wanneer iemand kinderloos sterft, dan zal zijn broer de vrouw van hem huwen, en nakomelingschap voor zijn broer verwekken.
- 25 Nu waren er bij ons zeven broers; de eerste huwde en stierf; en daar hij geen kinderen had, liet hij zijn vrouw achter aan zijn broer.
- 26 Zo ging het ook met den tweeden en den derden, tot den zevenden toe.
- 27 Het laatst van allen stierf ook de vrouw.
- 28 Wien van de zeven zal ze nu bij de verrijzenis als vrouw toebehoren? Ze hebben haar immers allen gehad.
- 29 Jesus antwoordde: Gij dwaalt en kent de Schriften niet, en evenmin de kracht van God.
- 30 Want bij de verrijzenis huwt men niet, noch wordt men gehuwd; maar men zal zijn als engelen Gods in de hemel.
- 31 En wat de verrijzenis der doden betreft, hebt gij niet gelezen, wat God u gezegd heeft:
- 32 "Ik ben de God van Abraham, de God van Isaäk, de God van Jakob?" Hij is toch geen God van doden, maar van levenden.
- 33 Toen het volk dit hoorde, stond het verbaasd over zijn leer.
- 34 Toen de farizeën vernamen, dat Hij de sadduceën tot zwijgen gebracht had, kwamen ze naar Hem toe;
- 35 en een hunner, een wetgeleerde, vroeg, om Hem op de proef te stellen:
- 36 Meester, wat is het grootste gebod in de Wet?
- 37 Jesus zei hem: "Gij zult den Heer uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en heel uw verstand."
- 38 Dit is het grootste en eerste gebod.
- 39 En het tweede daaraan gelijk: "Gij zult uw naaste beminnen als uzelf."
- 40 Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.
- 41 Daar nu de farizeën toch bij elkaar waren, vroeg Jesus hun:
- 42 Wat dunkt u van den Christus? Wiens zoon is Hij? Ze zeiden: Van David.
- 43 Hij zeide hun: Hoe noemt David in den Geest Hem dan Heer, wanneer hij zegt:
- 44 "De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand, Totdat Ik uw vijanden leg Als een voetbank voor uw voeten!"
- 45 Als David Hem Heer noemt, hoe is Hij dan zijn zoon?
- 46 Niemand kon Hem antwoord geven; en van die dag af durfde niemand Hem meer ondervragen.
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- KJV 와 나란히
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗