마태복음 11장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 마태복음 (Matthew) · 30절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Nadat Jesus de lessen voor zijn twaalf leerlingen had geëindigd, ging Hij heen, om te leren en te preken in hun steden. | And it came to pass, when Jesus had made an end of commanding his twelve disciples, he departed thence to teach and to preach in their cities. |
| 2 | Toen Johannes in de gevangenis de werken van Christus vernam, liet hij Hem door zijn leerlingen vragen: | Now when John had heard in the prison the works of Christ, he sent two of his disciples, |
| 3 | Zijt Gij het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten? | And said unto him, Art thou he that should come, or do we look for another? |
| 4 | Jesus antwoordde hun:Gaat en bericht aan Johannes, wat gij hoort en ziet. | Jesus answered and said unto them, Go and shew John again those things which ye do hear and see: |
| 5 | Blinden zien en kreupelen gaan, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden verrijzen en aan armen wordt het evangelie verkondigd. | The blind receive their sight, and the lame walk, the lepers are cleansed, and the deaf hear, the dead are raised up, and the poor have the gospel preached to them. |
| 6 | Zalig is hij, die zich niet ergert aan Mij. | And blessed is he, whosoever shall not be offended in me. |
| 7 | Toen ze waren heengegaan, begon Jesus tot de menigte over Johannes te spreken: Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet, dat door de wind wordt bewogen? | And as they departed, Jesus began to say unto the multitudes concerning John, What went ye out into the wilderness to see? A reed shaken with the wind? |
| 8 | Neen; wat zijt gij gaan zien? Een mens, in zachte kleren gedost? Zie, die in zachte kleren gedost gaan, zijn in de paleizen der koningen. | But what went ye out for to see? A man clothed in soft raiment? behold, they that wear soft clothing are in kings’ houses. |
| 9 | Waarom zijt ge dan uitgelopen? Om een profeet te zien? Ja, zeg Ik u, en meer dan een profeet. | But what went ye out for to see? A prophet? yea, I say unto you, and more than a prophet. |
| 10 | Hij is het, van wien geschreven staat: "Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, Die U de weg zal bereiden." | For this is he, of whom it is written, Behold, I send my messenger before thy face, which shall prepare thy way before thee. |
| 11 | Voorwaar, Ik zeg u: Onder de kinderen der vrouwen is er geen opgestaan, die groter was dan Johannes de Doper; toch is de kleinste in het rijk der hemelen groter dan hij. | Verily I say unto you, Among them that are born of women there hath not risen a greater than John the Baptist: notwithstanding he that is least in the kingdom of heaven is greater than he. |
| 12 | Van de dagen van Johannes den Doper tot heden toe wordt het rijk der hemelen met geweld bestormd, en de bestormers nemen het weg. | And from the days of John the Baptist until now the kingdom of heaven suffereth violence, and the violent take it by force. |
| 13 | Alle profeten en de Wet, tot Johannes toe, hebben het voorzegd; | For all the prophets and the law prophesied until John. |
| 14 | en zo gij het wilt verstaan: hijzelf is de Elias, die komen moet. | And if ye will receive it, this is Elias, which was for to come. |
| 15 | Wie oren heeft om te horen, hij hore. | He that hath ears to hear, let him hear. |
| 16 | Doch waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen, die op de markt zitten, en hun makkers toeroepen: | But whereunto shall I liken this generation? It is like unto children sitting in the markets, and calling unto their fellows, |
| 17 | We hebben voor u op de fluit gespeeld, En gij hebt niet gedanst; We hebben een treurlied gezongen, En gij hebt niet geschreid. | And saying, We have piped unto you, and ye have not danced; we have mourned unto you, and ye have not lamented. |
| 18 | Want Johannes kwam; hij at noch dronk, en ze zeggen: Hij is van den duivel bezeten. | For John came neither eating nor drinking, and they say, He hath a devil. |
| 19 | De Mensenzoon kwam; Hij at en dronk, en ze zeggen: Ziet wat een gulzigaard, wat een wijndrinker, wat een vriend van tollenaars en zondaars. Maar de wijsheid wordt door haar werken gerechtvaardigd. | The Son of man came eating and drinking, and they say, Behold a man gluttonous, and a winebibber, a friend of publicans and sinners. But wisdom is justified of her children. |
| 20 | Toen begon Hij de steden, waarin de meeste zijner wonderen waren gebeurd, te verwijten, dat ze zich niet hadden bekeerd. | Then began he to upbraid the cities wherein most of his mighty works were done, because they repented not: |
| 21 | Wee u, Korazin, wee u, Betsáida; want zo in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd, die in u zijn geschied, dan zouden ze al lang in zak en as boete hebben gedaan. | Woe unto thee, Chorazin! woe unto thee, Bethsaida! for if the mighty works, which were done in you, had been done in Tyre and Sidon, they would have repented long ago in sackcloth and ashes. |
| 22 | Maar Ik zeg u: Voor Tyrus en Sidon zal het dragelijker zijn op de oordeelsdag dan voor u. | But I say unto you, It shall be more tolerable for Tyre and Sidon at the day of judgment, than for you. |
| 23 | En gij Kafárnaum, zult ge tot de hemel toe worden verheven? Tot in de hel zult ge zinken; want zo in Sódoma de wonderen waren gebeurd, die in u zijn geschied, het zou zijn blijven bestaan tot op de huidige dag. | And thou, Capernaum, which art exalted unto heaven, shalt be brought down to hell: for if the mighty works, which have been done in thee, had been done in Sodom, it would have remained until this day. |
| 24 | Maar Ik zeg u: Voor het land van Sódoma zal het dragelijker zijn op de oordeelsdag dan voor u. | But I say unto you, That it shall be more tolerable for the land of Sodom in the day of judgment, than for thee. |
| 25 | In die tijd nam Jesus het woord, en sprak: Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen en aan kleinen geopenbaard. | At that time Jesus answered and said, I thank thee, O Father, Lord of heaven and earth, because thou hast hid these things from the wise and prudent, and hast revealed them unto babes. |
| 26 | Ja, Vader, zo is uw welbehagen geweest. | Even so, Father: for so it seemed good in thy sight. |
| 27 | Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. En niemand kent den Zoon, dan de Vader alleen; en niemand kent den Vader, dan de Zoon alleen, en hij, aan wien de Zoon het openbaren wil. | All things are delivered unto me of my Father: and no man knoweth the Son, but the Father; neither knoweth any man the Father, save the Son, and he to whomsoever the Son will reveal him. |
| 28 | Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u verkwikken. | Come unto me, all ye that labour and are heavy laden, and I will give you rest. |
| 29 | Neemt mijn juk op, en leert van Mij, omdat Ik zachtmoedig ben en nederig van harte; dan vindt gij rust voor uw zielen. | Take my yoke upon you, and learn of me; for I am meek and lowly in heart: and ye shall find rest unto your souls. |
| 30 | Want mijn juk is zacht, mijn last is licht. | For my yoke is easy, and my burden is light. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL