누가복음 11장 Petrus Canisius Translation
Petrus Canisius Translation · 네덜란드어 · 누가복음 (Luke) · 54절 · 대역: King James Version
| 절 | Petrus Canisius Translation | King James Version |
|---|---|---|
| 1 | Eens was Hij ergens aan het bidden. Toen Hij ophield, sprak een zijner leerlingen tot Hem: Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen heeft geleerd. | And it came to pass, that, as he was praying in a certain place, when he ceased, one of his disciples said unto him, Lord, teach us to pray, as John also taught his disciples. |
| 2 | Hij sprak tot hen: Zegt, wanneer gij bidt: Vader, uw naam worde geheiligd; uw rijk kome. | And he said unto them, When ye pray, say, Our Father which art in heaven, Hallowed be thy name. Thy kingdom come. Thy will be done, as in heaven, so in earth. |
| 3 | Geef ons elke dag ons dagelijks brood. | Give us day by day our daily bread. |
| 4 | En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan allen hun schuld. En leid ons niet in bekoring. | And forgive us our sins; for we also forgive every one that is indebted to us. And lead us not into temptation; but deliver us from evil. |
| 5 | Ook zeide Hij hun: Veronderstelt, iemand van u heeft een vriend, en hij gaat te middernacht naar hem toe, en zegt: Vriend, leen me drie broden; | And he said unto them, Which of you shall have a friend, and shall go unto him at midnight, and say unto him, Friend, lend me three loaves; |
| 6 | want een van mijn vrienden is op reis bij me aangekomen, en ik heb niets om hem voor te zetten. | For a friend of mine in his journey is come to me, and I have nothing to set before him? |
| 7 | Zou dan de andere soms van binnen uit antwoorden, en zeggen: Val me niet lastig; de deur is al gesloten, en mijn kinderen zijn met mij te bed; ik kan niet opstaan, om het u te geven. | And he from within shall answer and say, Trouble me not: the door is now shut, and my children are with me in bed; I cannot rise and give thee. |
| 8 | Ik zeg u: Al zou hij niet opstaan en het hem geven, omdat hij zijn vriend is, dan zal hij toch om zijn lastig aanhouden opstaan, en hem geven al wat hij nodig heeft. | I say unto you, Though he will not rise and give him, because he is his friend, yet because of his importunity he will rise and give him as many as he needeth. |
| 9 | Zo zeg Ik ook u: Vraagt en men zal u geven; zoekt en gij zult vinden; klopt en men zal u opendoen. | And I say unto you, Ask, and it shall be given you; seek, and ye shall find; knock, and it shall be opened unto you. |
| 10 | Want wie vraagt, ontvangt; wie zoekt, vindt: wie klopt, hem doet men open. | For every one that asketh receiveth; and he that seeketh findeth; and to him that knocketh it shall be opened. |
| 11 | Welke vader is er onder u, die aan zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt; of als hij om vis vraagt, hem in plaats van een vis, een slang zal geven; | If a son shall ask bread of any of you that is a father, will he give him a stone? or if he ask a fish, will he for a fish give him a serpent? |
| 12 | of als hij vraagt om een ei, hem een schorpioen geven zal? | Or if he shall ask an egg, will he offer him a scorpion? |
| 13 | Als gij dan, aan uw kinderen goede gaven weet te schenken, hoewel gij boos zijt, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader den Heiligen Geest geven aan wie tot Hem bidden! | If ye then, being evil, know how to give good gifts unto your children: how much more shall your heavenly Father give the Holy Spirit to them that ask him? |
| 14 | Eens dreef Hij een duivel uit, die stom was; en toen de duivel was uitgegaan, sprak de stomme. En het volk stond verbaasd. | And he was casting out a devil, and it was dumb. And it came to pass, when the devil was gone out, the dumb spake; and the people wondered. |
| 15 | Maar sommigen hunner zeiden: Door Beélzebub, den vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit. | But some of them said, He casteth out devils through Beelzebub the chief of the devils. |
| 16 | Anderen vroegen Hem een teken uit de hemel, om Hem op de proef te stellen. | And others, tempting him, sought of him a sign from heaven. |
| 17 | Maar Hij kende hun gedachten, en sprak tot hen: Ieder rijk, dat inwendig verdeeld is, zal worden verwoest; het ene huis zal er op het andere vallen. | But he, knowing their thoughts, said unto them, Every kingdom divided against itself is brought to desolation; and a house divided against a house falleth. |
| 18 | Wanneer dus de satan tegen zichzelf is verdeeld, hoe zal zijn rijk dan stand kunnen houden? Toch zegt gij, dat Ik door Beélzebub de duivels uitdrijf. | If Satan also be divided against himself, how shall his kingdom stand? because ye say that I cast out devils through Beelzebub. |
| 19 | Maar als Ik door Beélzebub de duivels uitdrijf, door wien drijven dan uw zonen ze uit? Daarom zullen zijzelf uw rechters zijn. | And if I by Beelzebub cast out devils, by whom do your sons cast them out? therefore shall they be your judges. |
| 20 | Maar als Ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is ook het koninkrijk Gods onder u gekomen. | But if I with the finger of God cast out devils, no doubt the kingdom of God is come upon you. |
| 21 | Wanneer de sterke in volle wapenrusting zijn erf bewaakt, dan is zijn have in veiligheid. | When a strong man armed keepeth his palace, his goods are in peace: |
| 22 | Maar wanneer een, die sterker is dan hij, hem overvalt en overwint, dan ontneemt hij hem zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. | But when a stronger than he shall come upon him, and overcome him, he taketh from him all his armour wherein he trusted, and divideth his spoils. |
| 23 | Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij verzamelt, verstrooit. | He that is not with me is against me: and he that gathereth not with me scattereth. |
| 24 | Wanneer de onreine geest van iemand is uitgegaan, zwerft hij rond in dorre oorden; hij zoekt naar rust, en vindt ze niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren in mijn huis, waar ik ben uitgegaan. | When the unclean spirit is gone out of a man, he walketh through dry places, seeking rest; and finding none, he saith, I will return unto my house whence I came out. |
| 25 | En bij zijn komst vindt hij het geveegd en versierd. | And when he cometh, he findeth it swept and garnished. |
| 26 | Dan gaat hij heen, en neemt zeven andere geesten met zich mee, die bozer zijn dan hijzelf; ze komen binnen, en gaan er wonen. En het einde van dien man wordt erger nog dan het begin. | Then goeth he, and taketh to him seven other spirits more wicked than himself; and they enter in, and dwell there: and the last state of that man is worse than the first. |
| 27 | Terwijl Hij zo sprak, verhief een vrouw uit het volk haar stem, en zei Hem: Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten die U hebben gezoogd. | And it came to pass, as he spake these things, a certain woman of the company lifted up her voice, and said unto him, Blessed is the womb that bare thee, and the paps which thou hast sucked. |
| 28 | Maar Hij zeide: Zalig eerder, die luisteren naar Gods woord, en het beleven. | But he said, Yea rather, blessed are they that hear the word of God, and keep it. |
| 29 | En toen de menigte samenstroomde, begon Hij aldus: Dit geslacht is een boos geslacht; het vraagt een teken, en geen teken zal hun worden gegeven, dan het teken van Jonas. | And when the people were gathered thick together, he began to say, This is an evil generation: they seek a sign; and there shall no sign be given it, but the sign of Jonas the prophet. |
| 30 | Want zoals Jonas een teken was voor de Ninivieten, zo zal het ook de Mensenzoon zijn voor dit geslacht. | For as Jonas was a sign unto the Ninevites, so shall also the Son of man be to this generation. |
| 31 | De koningin van het Zuiden zal in het oordeel opstaan te zamen met de mannen van dit geslacht, en ze veroordelen; want ze kwam van het uiteinde der aarde om Sálomons wijsheid te horen; en zie, meer dan Sálomon is hier. | The queen of the south shall rise up in the judgment with the men of this generation, and condemn them: for she came from the utmost parts of the earth to hear the wisdom of Solomon; and, behold, a greater than Solomon is here. |
| 32 | De mannen van Ninive zullen in het oordeel opstaan te zamen met dit geslacht, en het veroordelen; want ze bekeerden zich op de prediking van Jonas; en zie, meer dan Jonas is hier. | The men of Nineve shall rise up in the judgment with this generation, and shall condemn it: for they repented at the preaching of Jonas; and, behold, a greater than Jonas is here. |
| 33 | Niemand steekt een lamp aan, om ze in de kelder of onder de korenmaat te zetten, maar op de kandelaar; opdat wie binnenkomt, het licht kan zien. | No man, when he hath lighted a candle, putteth it in a secret place, neither under a bushel, but on a candlestick, that they which come in may see the light. |
| 34 | Uw oog is de lamp van het lichaam. Als uw oog goed is, dan is heel uw lichaam verlicht; maar deugt het niet, dan is ook uw lichaam in het duister. | The light of the body is the eye: therefore when thine eye is single, thy whole body also is full of light; but when thine eye is evil, thy body also is full of darkness. |
| 35 | Zorgt er dus voor, dat het licht in u geen duisternis wordt. | Take heed therefore that the light which is in thee be not darkness. |
| 36 | Wanneer dus heel uw lichaam verlicht is, zonder een enkel duister deel, hoe zal het geheel dan verlicht zijn, als de lamp u nog met haar stralen verlicht. | If thy whole body therefore be full of light, having no part dark, the whole shall be full of light, as when the bright shining of a candle doth give thee light. |
| 37 | Terwijl Hij nog sprak, nodigde een farizeër Hem bij zich aan tafel; Hij trad binnen, en nam plaats | And as he spake, a certain Pharisee besought him to dine with him: and he went in, and sat down to meat. |
| 38 | Maar de farizeër verwonderde zich, toen hij zag, dat Hij Zich niet eerst voor de maaltijd gewassen had. | And when the Pharisee saw it, he marvelled that he had not first washed before dinner. |
| 39 | De Heer sprak tot hem: Gij, farizeër, gij reinigt dus de buitenkant van beker en schotel. maar uw eigen binnenste is vol roof en bederf. | And the Lord said unto him, Now do ye Pharisees make clean the outside of the cup and the platter; but your inward part is full of ravening and wickedness. |
| 40 | Dwazen! Heeft Hij, die het uitwendige maakte, ook het inwendige niet gemaakt? | Ye fools, did not he that made that which is without make that which is within also? |
| 41 | Geeft liever de inhoud als aalmoes; en zie, dan is alles u rein. | But rather give alms of such things as ye have; and, behold, all things are clean unto you. |
| 42 | Maar wee u, farizeën! Want gij betaalt tienden van muntkruid, wijnruitplant en allerlei groenten, maar gij verwaarloost het recht en de liefde tot God. Dit moet men doen, en het andere niet laten. | But woe unto you, Pharisees! for ye tithe mint and rue and all manner of herbs, and pass over judgment and the love of God: these ought ye to have done, and not to leave the other undone. |
| 43 | Wee u, farizeën! Want gij zijt belust op de ereplaatsen in de synagogen en de begroetingen op de marktpleinen. | Woe unto you, Pharisees! for ye love the uppermost seats in the synagogues, and greetings in the markets. |
| 44 | Wee u! Want gij zijt gelijk aan onzichtbare graven; de mensen lopen er over heen zonder het te weten. | Woe unto you, scribes and Pharisees, hypocrites! for ye are as graves which appear not, and the men that walk over them are not aware of them. |
| 45 | Een van de wetgeleerden nam het woord, en zeide tot Hem: Meester, door zo te spreken, beledigt ge ook ons. | Then answered one of the lawyers, and said unto him, Master, thus saying thou reproachest us also. |
| 46 | Hij sprak: Ook u, wetgeleerden, wee! Want gij legt den mensen zware lasten op, maar zelf raakt gij de lasten met geen vinger aan. | And he said, Woe unto you also, ye lawyers! for ye lade men with burdens grievous to be borne, and ye yourselves touch not the burdens with one of your fingers. |
| 47 | Wee u! Want gij bouwt de grafsteden der profeten, maar uw vaders hebben ze gedood. | Woe unto you! for ye build the sepulchres of the prophets, and your fathers killed them. |
| 48 | Zo getuigt gij, deel te hebben aan de daden van uw vaders; want zij doodden hen, gij bouwt. | Truly ye bear witness that ye allow the deeds of your fathers: for they indeed killed them, and ye build their sepulchres. |
| 49 | Daarom heeft ook Gods wijsheid gezegd: Ik zal tot hen profeten en apostelen zenden, en sommigen van hen zullen ze doden en vervolgen; | Therefore also said the wisdom of God, I will send them prophets and apostles, and some of them they shall slay and persecute: |
| 50 | opdat van dit geslacht het bloed van alle profeten zou worden opgeëist, dat sinds de grondvesting der wereld vergoten is: | That the blood of all the prophets, which was shed from the foundation of the world, may be required of this generation; |
| 51 | van het bloed van Abel af, tot het bloed van Zakarias toe, die gedood is tussen het altaar en de tempel. Ja, Ik zeg u, het zal van dit geslacht worden opgeëist. | From the blood of Abel unto the blood of Zacharias, which perished between the altar and the temple: verily I say unto you, It shall be required of this generation. |
| 52 | Wee u, wetgeleerden! Want gij hebt de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijt gij niet binnengegaan, en hen, die er in willen gaan, hebt gij tegengehouden. | Woe unto you, lawyers! for ye have taken away the key of knowledge: ye entered not in yourselves, and them that were entering in ye hindered. |
| 53 | Toen Hij hun dit gezegd had, begonnen de schriftgeleerden en farizeën Hem heftig aan te vallen, en Hem allerlei strikvragen te stellen; | And as he said these things unto them, the scribes and the Pharisees began to urge him vehemently, and to provoke him to speak of many things: |
| 54 | ze loerden er op, uit zijn mond iets op te vangen, om Hem te beschuldigen. | Laying wait for him, and seeking to catch something out of his mouth, that they might accuse him. |
- 📚 Petrus Canisius Translation 책 목록
- 개역개정판 (1998)로
- 개역한글판 (1961)로
- 표준새번역 (1993)로
- King James Version로
- 🌐 다른 언어·판
Petrus Canisius Translation — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: 공개 도메인 (Public Domain) · 출처 ↗
King James Version — getbible.net(CrossWire SWORD 모듈)에서 가져옴 · 라이선스: GPL